ECLI:NL:RBGEL:2025:4316

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 mei 2025
Publicatiedatum
4 juni 2025
Zaaknummer
60653.24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor dealen en bezit van verdovende middelen

Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk teelt, bezit en verstrekking van cocaïne en MDMA in de periode van augustus 2021 tot september 2022. Het onderzoek startte na de aanhouding van een medeverdachte op verdenking van huiselijk geweld, waarbij de inhoud van diens mobiele telefoon werd onderzocht.

Uit de analyse van WhatsApp-gesprekken tussen verdachte en medeverdachte bleek dat verdachte mogelijk contact zocht om drugs te verkrijgen, waarbij onder meer werd gesproken over 'M', vermoedelijk MDMA. Ondanks deze gesprekken vond de militaire kamer dit onvoldoende bewijs om te concluderen dat verdachte daadwerkelijk drugs bezat of verstrekte.

De kamer stelde vast dat er geen concrete aanwijzingen waren dat verdachte in de tenlastegelegde periode drugs had of verstrekte. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het bezit en dealen van cocaïne en MDMA.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.060653.24
Datum uitspraak : 26 mei 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
raadsman: mr. D.C. Coppens, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus 2021 tot en met 30 september 2022 te Julianadorp en/of Den Helder, althans in gemeente Den Helder en/of Scheveningen en/of Groningen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk
heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een hoeveelheid van het materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
een hoeveelheid van het materiaal bevattende MDMA (XTC), zijnde MDMA,
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.De standpunten

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding onderzoek
Op 30 september 2022 is medeverdachte [medeverdachte] door de politie aangehouden op verdenking van huiselijk geweld. Hierna is een onderzoek ingesteld naar de inhoud van de inbeslaggenomen mobiele telefoon van deze medeverdachte. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek kwamen meerdere militairen, waaronder verdachte, in beeld in verband met het mogelijk verstrekken dan wel aanwezig hebben van (hard)drugs en is een breder onderzoek gestart.
Vrijspraak
Aan verdachte is – kort gezegd - ten laste gelegd dat hij opzettelijk cocaïne en MDMA heeft verstrekt danwel aanwezig heeft gehad.
Uit het onderzoek aan de mobiele telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is naar voren gekomen dat verdachte enkele WhatsApp-gesprekken heeft gevoerd met [medeverdachte] waarin volgens de politie vermoedelijk over drugs wordt gesproken. Onder andere vraagt verdachte aan [medeverdachte] wat hij bij zich heeft en wordt er over “M” gesproken. Volgens de politie wordt hiermee MDMA bedoeld. Verdachte geeft aan “dat hij dat lang niet meer heeft gehad”. Ook vraagt verdachte naar contactgegevens van een bekende van [medeverdachte] omdat hij “graag wat zou willen”.
De militaire kamer overweegt dat het enkele feit dat verdachte WhatsApp-gesprekken heeft gevoerd over vermoedelijk bepaalde soorten drugs en vraagt naar contactgegevens om vermoedelijk drugs te kopen, onvoldoende is om te bewijzen dat verdachte in de periode van 23 augustus 2021 tot en met 30 september 2022 cocaïne en/of MDMA aanwezig heeft gehad. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten waaruit blijkt dat verdachte in de tenlastegelegde periode (hard)drugs aanwezig heeft gehad laat staan heeft verstrekt. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken.

4.De beslissing

De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel (rechters) en Kol mr. H.M. Stratenus (militair lid), in tegenwoordigheid van T.H. Boshuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2025.