De rechtbank Gelderland heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van cocaïne in de periode van 24 november tot en met 11 december 2020. Het onderzoek startte na de aanhouding van een medeverdachte wegens huiselijk geweld, waarbij diens mobiele telefoon werd onderzocht. Uit dit onderzoek kwamen meerdere militairen, waaronder verdachte, in beeld vanwege mogelijke betrokkenheid bij drugs.
Verdachte voerde WhatsApp-gesprekken met de medeverdachte waarin vermoedelijk over drugs werd gesproken, met termen als 'snuif' en verwijzingen naar geldtransacties. Ondanks deze communicatie oordeelde de militaire kamer dat deze gesprekken onvoldoende bewijs vormen voor het daadwerkelijk aanwezig hebben van cocaïne door verdachte in de tenlastegelegde periode.
De rechtbank concludeerde dat het dossier geen concrete aanwijzingen bevatte die het bezit van harddrugs door verdachte konden bevestigen. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige militaire kamer op 26 mei 2025 in Arnhem.