Partijen, die een relatie hadden en samenwoonden, kochten tijdens hun relatie de hond Coco. Na hun uiteengaan eind 2023 hielden zij ongeveer een jaar lang een omgangsregeling waarbij Coco ongeveer de helft van de week bij elk van hen verbleef. Eind 2024 besloot gedaagde dat Coco volledig bij haar zou blijven, wat eiser betwistte en een omgangsregeling wilde.
In de procedure vordert eiser eerst eigendom van Coco, vervolgens een omgangsregeling van een maand afwisselend bij elk, en ten slotte nakoming van de eerdere omgangsregeling. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat zij eigenaar is en verzet zich tegen de omgangsregelingen.
De kantonrechter oordeelt dat partijen gezamenlijk eigenaar zijn van Coco, gelet op gezamenlijke aanschaf, verzorging en omgang. De eerdere omgangsregeling was gelijkwaardig, maar werd beëindigd door gedaagde zonder instemming van eiser. Gezien het belang van stabiliteit voor Coco en partijen wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij Coco één dag per twee weken bij eiser verblijft. De vordering tot eigendom en de andere omgangsregelingen worden afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Tegen de dwangsom is geen verweer gevoerd; deze wordt toegewezen met een maximum van €5.000. Er is geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.