ECLI:NL:RBGEL:2025:4443

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 mei 2025
Publicatiedatum
12 juni 2025
Zaaknummer
ARN 24/224
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de ontvankelijkheid van eisers in bezwaar tegen omgevingsvergunning voor wooncluster

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, wordt het beroep van eisers tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek beoordeeld. Eisers zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar tegen een omgevingsvergunning voor de bouw van een wooncluster met drie woningen op een landgoed. De rechtbank oordeelt dat eisers, die op 230 meter afstand van de bouwlocatie wonen, geen of slechts beperkt zicht hebben op het toekomstige wooncluster en dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat de aanleg van de woningen zal leiden tot een substantiële toename van verkeersbewegingen. De rechtbank concludeert dat eisers geen belanghebbenden zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het college terecht heeft besloten hen niet-ontvankelijk te verklaren in hun bezwaar. De uitspraak is gedaan op 19 mei 2025 en het beroep is ongegrond verklaard, wat betekent dat eisers geen griffierecht terugkrijgen en het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24 /224

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats 1] , eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek

(gemachtigde: [naam gemachtigde 1] , [naam gemachtigde 2] en [naam gemachtigde 3] ).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] , uit [plaats 2]

(gemachtigde: [naam gemachtigde 4] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de beslissing op bezwaar van 4 december 2023 waarin het bezwaarschrift van eisers niet-ontvankelijk is verklaard.
1.1.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A] namens eisers en de gemachtigden van het college. [persoon B] was niet bij de zitting aanwezig.

Waar gaat deze zaak over?

2. Het college heeft op 3 mei 2023 aan de derde-partij omgevingsvergunningen verleend voor het bouwen van drie vrijstaande woningen aan de [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] in [plaats 1] (hierna: de omgevingsvergunning). Deze drie woningen vormen samen een wooncluster op het te ontwikkelen landgoed ‘ [naam] ’ (hierna: de locatie).
2.1.
Eisers wonen aan de haaks op de [locatie 4] gelegen [locatie 5] en hebben bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning.
2.2.
Het college heeft eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar, omdat zij door de afstand tot het te realiseren wooncluster niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak of het college het bezwaar van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Zijn eisers ten onrechte niet als belanghebbende aangemerkt?
4. Eisers betogen dat zij ten onrechte niet als belanghebbenden zijn aangemerkt. Daartoe voeren zij aan dat zij, anders dan het college stelt, wel degelijk zicht hebben op de locatie [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] . De woning van eisers ligt op een perceel van anderhalve hectare, ongeveer 200 meter van de betreffende locaties. Tussen de woning van eisers en de te realiseren woningen staan geen andere bouwwerken. Eisers hebben zicht op de locatie vanaf de weg en vanuit de boomgaard. Daarnaast voeren eisers aan dat het college het begrip belanghebbende te beperkt uitlegt, door alleen het zicht te betrekken bij de afweging. Eisers ervaren namelijk meer gevolgen van betekenis door de bouw van de woningen. Op dit moment wonen eisers zeer landelijk en groen. Het perceel van eisers wordt als het ware omzoomd door het prachtige landgoed ‘[naam 2]’, de eerste buren van eisers bevinden zich op een afstand van circa 400 meter en over de [locatie 4] rijdt bijna geen verkeer. Eisers genieten van hun omgeving, door direct vanuit hun voordeur in alle rust te gaan hardlopen of wandelen met de honden, of door te ontspannen in de sauna of de hottub in de tuin. Zij vrezen dat door de bouw van de drie vrijstaande woningen (en later nog eens drie vrijstaande woningen aan de [locatie 6] , [locatie 7] en [locatie 8] ) dit genot en hun privacy teloor gaat. De toename van het aantal bewoners zal volgens eisers leiden tot meer verkeersbewegingen en meer wandelaars in de directe omgeving. Daardoor zal het drukker worden op het wandelpad langs hun tuin en zullen eisers zich daar minder vrij voelen.
4.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat eisers geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens het college wonen eisers te ver weg om zicht te hebben op de locatie [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] in [plaats 1] . Ter zitting vult het college aan dat de afstand van bouwvlak tot bouwvlak 230 meter bedraagt. Daarnaast erkennen eisers dat de bebouwing alleen vanaf de weg en vanuit de boomgaard is te zien en niet vanuit de woning. Volgens het college zal de met het project gepaard gaande toename van de verkeers- en wandelbewegingen niet zodanig zijn dat eisers er noemenswaardig last van zullen hebben. In die zin stelt het college dat geen sprake is van gevolgen van enige betekenis.
4.2.
Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit. [1] Een belanghebbende is degene van wie het belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. [2] Volgens vaste rechtspraak [3] is degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis voor zijn woon-, leef- of bedrijfssituatie heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis zijn, kijkt de rechtbank naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen - zoals onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico - van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij daadwerkelijk gevolgen van enige betekenis ondervinden van de realisatie van een wooncluster met drie vrijstaande woningen aan de [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] . Daarbij acht de rechtbank van doorslaggevend belang dat de woning van eisers op 230 meter afstand ligt van de dichtstbijzijnde woning in het wooncluster. Daarnaast hebben eisers vanuit hun woning geen zicht op de locatie, zoals uit het verslag van de hoorzitting bij de Commissie bezwaarschriften en de toelichting op zitting blijkt. Ook vanaf de grens van hun perceel, en de daar gesitueerde boomgaard, hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank geen of slechts heel beperkt zicht op het toekomstige wooncluster. Daarvoor is bepalend dat tussen de perceelsgrens en het wooncluster eerst een perceelstrook [4] behorende bij het landgoed ‘[naam 2]’ ligt. Dit perceel is 70 meter diep en beplant met bomen en struiken. Daarachter ligt de [locatie 4] , een weg voor bestemmingsverkeer met aan weerszijden bomen. Aan de andere kant van de [locatie 4] ligt het nieuw te ontwikkelen landgoed ‘ [naam] ’. Tussen de grens van dit landgoed en het toekomstige wooncluster, ligt een strook van als ‘Natuur’ bestemde percelen [5] van ruim 55 meter diep die nog ontwikkeld zal worden. Tevens rekening houdend met de bomenrij langs de [locatie 9] (aan de kant van het perceel van eisers), is door de afstand en de aanwezige begroeiing van zicht op het toekomstige wooncluster niet of nauwelijks sprake.
4.4.
Daarnaast hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat de aanleg van de woningen zal leiden tot een substantiële toename van het verkeer. Weliswaar zal het aantal verkeersbewegingen toenemen, maar het karakter van de [locatie 4] , zijnde een weg die enkel voor aanwonenden toegankelijk is, blijft onveranderd. Dat betekent dat de toename van de verkeersbewegingen gelijke tred houdt met het aantal toekomstige bewoners en hun activiteit. Omdat het hier gaat om de bouw van drie woningen, gaat de rechtbank ervan uit dat de toename van de verkeersbewegingen zeer beperkt en van onvoldoende betekenis zal zijn. Tot slot oordeelt de rechtbank dat het argument van eisers over de schending van hun privacy door de toename van het aantal wandelaars langs hun tuin, niet relevant is. De wandelaars maken gebruik van het opengestelde wandelpad dat loopt over landgoed ‘[naam 2]’. Eisers kunnen geen eisen stellen met betrekking tot het aantal wandelaars dat via een opengesteld wandelpad langs hun tuin mogen lopen. De mate waarin het wandelpad wordt gebruikt is afhankelijk van de populariteit van de route. En die kan om allerlei redenen wisselend zijn. Daar spelen de (bewoners van de) drie te bouwen woningen geen doorslaggevende rol in.
4.5.
Gelet op bovenstaande overwegingen oordeelt de rechtbank dat het college terecht heeft besloten dat eisers geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunning van 3 mei 2023. Aan de beoordeling van eventuele inhoudelijke beroepsgronden komt de rechtbank niet meer toe.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard in hun bezwaar omdat zij geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunningen voor de bouw van drie woningen aan de [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] in [plaats 1] . Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Het college hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Bruinse-Pot, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.G. Hoijinck, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 7:1 van de Awb.
2.Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
3.Zie bijvoorbeeld ABRvS 28 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:284.
4.Kadastraal bekend als gemeente Varsseveld, [perceel 1] .
5.Kadastraal bekend als gemeente Varsseveld, [perceel 2] , [perceel 3] en [perceel 4] .