Een werkneemster stelde dat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet werd verlengd vanwege haar zwangerschap, wat zij als verboden onderscheid kwalificeerde. De kantonrechter beoordeelde of er voldoende feiten waren om dit vermoeden te rechtvaardigen. Het gesprek op 16 november 2023, waarin de zwangerschap centraal stond en verlenging van de arbeidsovereenkomst werd besproken, vormde een belangrijke aanwijzing voor het vermoeden van discriminatie.
De werkgever voerde aan dat het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst vooral te maken had met het voorkomen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na een vierde contract en met organisatorische veranderingen binnen de logistieke afdeling. Dit werd onderbouwd met interne e-mailcorrespondentie en het feit dat ook andere contracten niet werden verlengd om dezelfde reden.
De kantonrechter achtte het bewijs van de werkgever overtuigend en concludeerde dat er geen verboden onderscheid wegens zwangerschap was gemaakt. Daarnaast werd een verzoek tot transitievergoeding ingetrokken en andere verzoeken afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.