ECLI:NL:RBGEL:2025:4541

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
2 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
C/05/452262 / FZ RK 25-1292
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1937
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voortzetting inbewaringstelling wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De rechtbank Gelderland behandelde op 2 juni 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die verblijft in Sensire Den Ooiman. De burgemeester had de inbewaringstelling op 28 mei 2025 afgegeven. Tijdens de zitting werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een specialist ouderengeneeskunde en de echtgenote van betrokkene.

De advocaat van betrokkene bracht naar voren dat het machtigingsformulier van het CIZ ontbrak en betwijfelde de bevoegdheid van de ondertekenaar. De rechtbank schorste de zitting kort en vernam van het CIZ dat de ondertekening geschiedde door een juridisch adviseur met mandaat, wat de rechtbank voldoende achtte voor ontvankelijkheid.

Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid, veroorzaakt door gedragsproblemen als gevolg van vasculaire dementie. Betrokkene vertoont onvoorspelbaar en agressief gedrag, is niet in staat tot zelfzorg en verzet zich tegen opname. Minder bezwarende alternatieven ontbreken, mede door de intensieve zorgvraag en het uitgeputte mantelzorgsysteem.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen en verleende de machtiging voor de duur van zes weken, tot en met 14 juli 2025. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 13 juni 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken tot en met 14 juli 2025.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/452262 / FZ RK 25-1292
Datum uitspraak: 2 juni 2025
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. G.P.G. Willemse-Schoenmakers te Ulft.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 mei 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juni 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • dhr. [naam] , als specialist ouderengeneeskunde verbonden aan Sensire Den Ooiman;
  • de echtgenote van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in Sensire Den Ooiman. De burgemeester van [plaatsnaam] heeft de inbewaringstelling op 28 mei 2025 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid
4.1.
De advocaat van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het machtigingsformulier van het CIZ ontbreekt in het dossier. Het is op dit moment onbekend of de desbetreffende medewerker van het CIZ bevoegd is het verzoekschrift in te dienen. De advocaat verwijst daarbij naar een uitspraak van de Hoge Raad [1] en verzoekt om een aanvulling van het CIZ.
4.2.
De rechtbank heeft de mondelinge behandeling (kort) geschorst en bij het CIZ navraag gedaan. Desgevraagd heeft het CIZ aangegeven dat in de ondertekening van het verzoekschrift tegenwoordig gebruik wordt gemaakt van een titelbenoeming, te weten ‘Juridisch adviseur Wzd aanvullende taken’. Volgens het CIZ wordt met deze titelbenoeming aangegeven dat deze medewerker een mandaat heeft, kennelijk als gevolg van een mandaatbesluit van (de voorzitter van) het CIZ.
4.3.
Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank er vanuit dat deze desbetreffende medewerker bevoegd is zijn administratieve taak uit te voeren onder verantwoordelijkheid van het CIZ.
Inhoudelijk
4.4.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.5.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Betrokkene is afgelopen week erg achteruitgegaan, waarbij hij met name in de nachten door achterdocht en visuele hallucinaties onvoorspelbaar gedrag vertoont. Betrokkene wordt angstig en zijn echtgenote wil hem op deze momenten helpen. Hij uit dan verbale en fysieke agressie richting zijn echtgenote waardoor zij psychische schade of lichamelijk letsel kan oplopen. Verder is betrokkene niet in staat om zichzelf adequaat te verzorgen.
4.6.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is bekend met vasculaire dementie.
4.7.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
4.8.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Vanwege de toename van symptomen van dementie, die leiden tot gedragsproblemen, in combinatie met zijn ontbrekende ziektebesef en ziekte- inzicht, is het op dit moment niet haalbaar dat betrokkene thuis woont. Binnen de accommodatie krijgt betrokkene passende begeleiding. Daarnaast heeft het zorgpersoneel de expertise om hem bij zijn gedragsproblemen en angst te begeleiden.
4.9.
Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling geen tekenen van verzet uit, acht de rechtbank het (risico op) verzet tegen opname en verblijf wel aanwezig. Ook de advocaat van betrokkene heeft aangegeven verzet te hebben waargenomen tijdens een eerder gesprek met betrokkene.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de medische verklaring volgt dat de draagkracht van het mantelzorgsysteem op is, waardoor familie niet in staat is om zorg en toezicht te bieden. Door de gedragsproblemen van betrokkene is er tevens sprake van een 24-uurs onplanbare zorgvraag. De huidige accommodatie kan de 24-uurs toezicht en deze intensieve vorm van zorg bieden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor
[naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 juli 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2025 door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, in aanwezigheid van mr. S.W. Nugteren, griffier en op schrift gesteld op 13 juni 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Voetnoten

1.HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1937.