De rechtbank Gelderland behandelde op 2 juni 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die verblijft in Sensire Den Ooiman. De burgemeester had de inbewaringstelling op 28 mei 2025 afgegeven. Tijdens de zitting werd betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, evenals een specialist ouderengeneeskunde en de echtgenote van betrokkene.
De advocaat van betrokkene bracht naar voren dat het machtigingsformulier van het CIZ ontbrak en betwijfelde de bevoegdheid van de ondertekenaar. De rechtbank schorste de zitting kort en vernam van het CIZ dat de ondertekening geschiedde door een juridisch adviseur met mandaat, wat de rechtbank voldoende achtte voor ontvankelijkheid.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid, veroorzaakt door gedragsproblemen als gevolg van vasculaire dementie. Betrokkene vertoont onvoorspelbaar en agressief gedrag, is niet in staat tot zelfzorg en verzet zich tegen opname. Minder bezwarende alternatieven ontbreken, mede door de intensieve zorgvraag en het uitgeputte mantelzorgsysteem.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is om het ernstig nadeel te voorkomen en verleende de machtiging voor de duur van zes weken, tot en met 14 juli 2025. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 13 juni 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.