Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
- Opdrachtgever heeft Opdrachtnemer verzocht de hierna omschreven werkzaamheden uit te voeren;
- Partijen in dat verband een overeenkomst van opdracht wensen aan te gaan en uitsluitend met elkaar wensen te contracteren op basis van een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 e.v. BW;
- Partijen uitdrukkelijk niet beogen om een arbeidsovereenkomst aan te gaan in de zin van artikel 7:610 e.v. BW en géén fictieve dienstbetrekking in de zin van art. 2b en 2c Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 en art. 1 en Pro 5 van het Besluit aanwijzing gevallen waarin arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd;
- Opdrachtgever een opdracht wenst te verstrekken aan Opdrachtnemer in zijn/haar hoedanigheid van zelfstandig beroepsbeoefenaar, waarbij voor Opdrachtgever géén sprake is van een plicht om loonheffingen (inkomensafhankelijk bijdrage Zorgverzekeringswet, premies werknemersverzekeringen en loonbelasting/premie volksverzekering) in te houden en af te dragen/te voldoen.