De werknemer trad in december 2021 in dienst bij JCL Logistics als Medewerker Customs en volgde op eigen verzoek een opleiding tot declarant, die hij in juli 2023 succesvol afrondde. De werkgever sloot met hem een studieovereenkomst waarin was vastgelegd dat bij beëindiging binnen een jaar 75% van de studiekosten terugbetaald moest worden.
De werknemer beëindigde zijn arbeidsovereenkomst in juli 2024, binnen een jaar na afronding van de opleiding, en weigerde de resterende studiekosten terug te betalen. Hij stelde dat de opleiding verplichte scholing was, waardoor het studiekostenbeding nietig zou zijn op grond van artikel 7:611a lid 4 BW. De werkgever betwistte dit en stelde dat de opleiding vrijwillig was en niet wettelijk verplicht.
De rechtbank oordeelde dat de opleiding niet als verplichte scholing kwalificeert omdat de werknemer niet eindverantwoordelijk was voor douanezaken. De vacaturetekst en het verloop van de opleiding wezen op vrijwilligheid. Hierdoor is het studiekostenbeding geldig en moet de werknemer 75% van de studiekosten terugbetalen. De vordering van de werkgever wordt toegewezen, de tegenvorderingen van de werknemer afgewezen. De werknemer wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.