BWB c.s., publiekrechtelijke rechtspersonen uit de regio West Betuwe, hebben de overeenkomst met De Arbodienst ontbonden wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van arbodiensten. De rechtbank oordeelde eerder dat De Arbodienst aansprakelijk is voor de schade die BWB c.s. lijden door deze ontbinding.
In deze zaak stond de schadebegroting centraal. BWB c.s. vorderden een bedrag van circa €196.840, inclusief nieuwe posten zoals dossierchecks en kosten van een deskundige. De Arbodienst betwistte onder meer de eiswijziging en de omvang van de schade, en stelde dat de resterende looptijd van de overeenkomst korter was dan BWB c.s. aannemen.
De rechtbank verwierp de eiswijziging voor de dossierchecks wegens strijd met de goede procesorde, maar nam de vordering voor deskundigenkosten wel in behandeling. De rechtbank volgde het standpunt van De Arbodienst dat de resterende looptijd tot 1 oktober 2026 moet worden aangehouden, en verwierp de schadeberekening van BWB c.s. wegens dubbele indexering.
De schade werd uiteindelijk vastgesteld op €24.568,62 exclusief btw voor het verschil in kosten tussen De Arbodienst en de nieuwe dienstverlener, plus €4.672,- voor implementatiekosten en €3.600,- voor systeemkoppeling. Daarnaast werd een vergoeding van €1.103,41 voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend. De proceskosten werden gecompenseerd, waardoor partijen ieder hun eigen kosten dragen.
De Arbodienst is veroordeeld tot betaling van in totaal €33.944,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van kostenverschuldiging. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.