ECLI:NL:RBGEL:2025:4793

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 mei 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
C/05/449417 / HA ZA 25-126
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 lid 1 Verordening (EU) Nr. 1215/2012Art. 4 lid 1 Verordening (EU) Nr. 1215/2012Art. 1:14 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis in civiele zaak over vorderingen en incassokosten

De rechtbank Gelderland heeft op 14 mei 2025 een verstekvonnis gewezen in een civiele procedure tussen een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid als eiser en een vennootschap onder firma met haar vennoten als gedaagden. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft ten aanzien van alle gedaagden, ook de in België gevestigde vennoot, en dat de zaak naar Nederlands recht moet worden beoordeeld. De vorderingen van eiser worden grotendeels toegewezen, met uitzondering van de buitengerechtelijke incassokosten die worden gematigd tot het bedrag conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van meerdere geldbedragen aan eiser, waaronder hoofdsommen, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van gevorderde bedragen en proceskosten met matiging van incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/449417 / HA ZA 25-126
Vonnis van 14 mei 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. E. Yilmaz te Lent,
tegen
1. de vennootschap onder firma
[gedaagde 1],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
in hoedanigheid van vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats] ,
3.
[gedaagde 3],
in hoedanigheid van vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te (9040) [woonplaats] (België),
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagden] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
Omdat gedaagde sub 3 mede gevestigd is in [vestigingsplaats] , heeft de Nederlandse rechter ook ten aanzien van hem rechtsmacht (artikel 62 lid 1 jo Pro. 4 lid 1 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 jo. artikel 1:14 BW Pro). Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van rechtsvordering absoluut en relatief bevoegd. De zaak moet naar Nederlands recht worden beoordeeld.
2.3.
De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen.
2.4.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is echter niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank zal € 1.435,58 toewijzen.
2.5.
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
127,75
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.214,00
(1 punt × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.514,75.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 4.058,09,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 52.000,00,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 10.000,00,
3.4.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 1.435,58 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.5.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] , tegen bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 10.300,64,
3.6.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 4.514,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.