Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een souterrainwoning met een maandelijkse huurprijs van €702,50. Huurders meldden ernstige gebreken door vocht en schimmel in september 2022 en vroegen in maart 2024 de Huurcommissie om huurverlaging. De Huurcommissie constateerde ernstige gebreken en stelde een tijdelijke huurverlaging van 60% vast vanaf 1 oktober 2023.
Verhuurder vorderde onder meer een hogere huurprijs en afwijzing van de huurverlaging, terwijl huurders een terugbetaling van onverschuldigde huur eisten. De kantonrechter oordeelde dat de gebreken substantieel en ernstig waren, conform het Beleidsboek van de Huurcommissie, en dat de huurprijsverlaging terecht was toegewezen.
De huurprijsvermindering werd vastgesteld op 60% van de huurprijs over de periode 1 oktober 2023 tot 1 oktober 2024, waarna het gebrek was verholpen. Verhuurder werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag met wettelijke rente en tot betaling van proceskosten. De primaire vordering van verhuurder tot verhoging van de huurprijs werd afgewezen.
Uitkomst: Huurprijsvermindering van 60% toegewezen over 1 oktober 2023 tot 1 oktober 2024 en verhuurder veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde huur met rente.