Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:5120

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 mei 2025
Publicatiedatum
1 juli 2025
Zaaknummer
C/05/450424 / HA ZA 25-156
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 94 lid 2 RvArt. 71 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over ambtshalve verwijzing naar kantonrechter in civiele vordering

In deze civiele procedure tussen een besloten vennootschap als eiseres en twee gedaagden, waaronder een natuurlijke persoon en een besloten vennootschap, vordert eiseres betaling van hoofdsommen voortvloeiend uit twee koopovereenkomsten en twee leaseovereenkomsten.

De gedaagden zijn in deze procedure niet verschenen, en verstek is verleend. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 93 Rv Pro zaken met vorderingen tot maximaal € 25.000,00 en zaken betreffende huurovereenkomsten, waaronder leaseovereenkomsten, door de kantonrechter behandeld dienen te worden.

Omdat de vorderingen samenhangen en ten minste één vordering onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt, is de rechtbank voornemens de zaak ambtshalve naar de kantonrechter te verwijzen. Voordat zij dit doet, geeft de rechtbank eiseres de mogelijkheid zich hierover uit te laten. De zaak wordt aangehouden tot 4 juni 2025 voor het nemen van een akte door eiseres.

Het tussenvonnis is gewezen door rechter S.A. van den Toorn en op 21 mei 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft eiseres gelegenheid zich uit te laten over de ambtshalve verwijzing naar de kantonrechter.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/450424 / HA ZA 25-156
Vonnis van 21 mei 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres],
hierna te noemen: [eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. A.A. Bart te Veenendaal,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

handelend onder de naam [gedaagde 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
wonende en zaakdoende te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2],
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
De door [eiseres] van [gedaagde 1] gevorderde hoofdsom (€ 42.638,15) is gegrond op een tweetal door hen gesloten koopovereenkomsten.
2.2.
De door [eiseres] van [gedaagde 2] gevorderde hoofdsom (€ 6.561,18) is gegrond op een tweetal door hen gesloten - met de hiervoor genoemde koopovereenkomsten samenhangende - leaseovereenkomsten.
2.3.
Artikel 93 aanhef Pro en sub a Rv bepaalt onder meer dat zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00 door de kantonrechter worden behandeld en beslist. Artikel 93 aanhef Pro en sub c Rv bepaalt onder meer dat zaken betreffende een huurovereenkomst, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering, door de kantonrechter worden behandeld en beslist. Ook leaseovereenkomsten die kwalificeren als huurovereenkomst vallen onder de werking van laatstgenoemde onderhavige bepaling.
2.4.
Artikel 94 lid 2 Rv Pro bepaalt onder meer dat indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 onder Pro c, deze vorderingen alle door de kantonrechter worden behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet.
2.5.
De rechtbank is voornemens de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve naar de kantonrechter van de locatie Arnhem te verwijzen. Voordat de rechtbank tot verwijzing overgaat, zal de rechtbank [eiseres] in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.
2.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 4 juni 2025 voor het nemen van een akte door [eiseres] over de mogelijke ambtshalve verwijzing van de zaak naar de kantonrechter,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.