ECLI:NL:RBGEL:2025:5120
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenvonnis over ambtshalve verwijzing naar kantonrechter in civiele vordering
In deze civiele procedure tussen een besloten vennootschap als eiseres en twee gedaagden, waaronder een natuurlijke persoon en een besloten vennootschap, vordert eiseres betaling van hoofdsommen voortvloeiend uit twee koopovereenkomsten en twee leaseovereenkomsten.
De gedaagden zijn in deze procedure niet verschenen, en verstek is verleend. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 93 Rv Pro zaken met vorderingen tot maximaal € 25.000,00 en zaken betreffende huurovereenkomsten, waaronder leaseovereenkomsten, door de kantonrechter behandeld dienen te worden.
Omdat de vorderingen samenhangen en ten minste één vordering onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt, is de rechtbank voornemens de zaak ambtshalve naar de kantonrechter te verwijzen. Voordat zij dit doet, geeft de rechtbank eiseres de mogelijkheid zich hierover uit te laten. De zaak wordt aangehouden tot 4 juni 2025 voor het nemen van een akte door eiseres.
Het tussenvonnis is gewezen door rechter S.A. van den Toorn en op 21 mei 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft eiseres gelegenheid zich uit te laten over de ambtshalve verwijzing naar de kantonrechter.