ECLI:NL:RBGEL:2025:5145
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens langdurige huurachterstand ondanks verzet
Woonfonds Nederland 5B verhuurde een woning aan eiser in verzet en een medebewoner. Vanaf september 2023 ontstond een huurachterstand die in april 2025 was opgelopen tot ruim elf maanden, een bedrag van €13.758,58. Woonfonds Nederland 5B vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, wat bij verstekvonnis werd toegewezen.
Eiser in verzet kwam hiertegen in verzet en voerde aan dat de tekortkoming niet rechtvaardigt tot ontbinding, mede vanwege haar verbeterde financiële situatie en het belang van haar minderjarige kinderen, met een beroep op artikel 3 IVRK Pro. Zij stelde dat zij de huurachterstand zou aflossen en dat ontruiming zou leiden tot ernstige gevolgen voor haar kinderen.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand ondanks toezeggingen fors was toegenomen en dat onvoldoende was gesteld dat ontruiming zou leiden tot een acute noodtoestand voor de kinderen. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de verhuurder om over de woning te beschikken zwaarder weegt dan het belang van eiser in verzet bij behoud van de woning.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard, het verstekvonnis bekrachtigd en eiser in verzet veroordeeld tot betaling van de kosten van de verzetprocedure. De kantonrechter raadde eiser aan om met hulp van een schuldhulpverlener een betalingsregeling te treffen om ontruiming te voorkomen.
Uitkomst: Het verstekvonnis tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt bekrachtigd en het verzet wordt afgewezen.