ECLI:NL:RBGEL:2025:5428

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
9 juli 2025
Zaaknummer
05-138832-21
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot omzetting van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege

In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 4 juli 2025 uitspraak gedaan in de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de terbeschikkingstelling (TBS) van de betrokkene naar een TBS met verpleging van overheidswege. De betrokkene, geboren in 2001, was eerder veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en TBS met voorwaarden. Hij had zich tijdens begeleid verlof onttrokken aan het toezicht om zijn vriendin te helpen, maar dit leidde tot zijn arrestatie enkele dagen later. De rechtbank constateerde dat de vordering tot omzetting te snel was ingediend en dat er geen ondersteuning voor was vanuit de betrokken instanties. De behandeling van de betrokkene was tot dat moment relatief goed verlopen, maar de aangewezen kliniek weigerde hem terug te nemen vanwege een vertrouwensbreuk. Dit leidde tot complicaties in het vinden van een nieuwe behandelplek, wat de voortzetting van de behandeling bemoeilijkte. De rechtbank besloot de vordering tot omzetting af te wijzen en de TBS met voorwaarden voort te zetten, met aangepaste voorwaarden, waaronder een verbod om Nederland te verlaten zonder toestemming van de reclassering.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05-138832-21
Datum uitspraak: 4 juli 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene], (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ),
thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. O.E. de Jong, advocaat te ‘s-Gravenhage.

1.Procedure

1.1
Betrokkene is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 juli 2024 veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden, dadelijk uitvoerbaar.. De veroordeling is op 7 augustus 2024 onherroepelijk geworden.
1.2
Bij vordering van 12 mei 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat de maatregel wordt omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
1.3
Op 23 mei 2025 heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie voor het eerst op zitting behandeld, waarna de behandeling is aangehouden zodat kon worden bekeken of er voor betrokkene een plek was waar hij zijn behandeling in de terbeschikkingstelling met voorwaarden kon voortzetten.
1.4
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
  • een PJ-dubbelrapportage van psychiater P. Boksan en psycholoog M. Kemmink van 2 september 2021;
  • een multidisciplinaire rapportage van Teylingereind van 26 juli 2022;
  • het adviesrapport van de reclassering van 12 mei 2025, waarin aanvankelijk werd geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in dwangverpleging;
  • de adviesrapporten van de reclassering van 22 mei 2025, 17 juni 2025 en 18 juni 2025, waaruit blijkt dat betrokkene niet meer welkom is bij Trajectum, maar dat wel mogelijkheden worden gezien om de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten;
  • het e-mailbericht van de raadsman van 27 juni 2025, waaruit blijkt dat betrokkene op 3 juli 2025 geplaatst worden in FPA De Mare, (min of meer) bevestigd door de officier van justitie bij email van 30 juni 2025.
1.5
Ter zitting van 23 mei en 20 juni 2025 zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • zijn raadsman;
  • de deskundige [reclasseringsmedewerker 1] , reclasseringswerker;
  • de deskundige [reclasseringsmedewerker 2] , reclasseringswerker;
  • de deskundige S. Castilla Carrasco, GZ-psycholoog en regiebehandelaar (alleen op 20 juni);
  • de deskundige J. Meijerink, hoofd plaatsing van DIZ van MJ&V (alleen op 20 juni);
  • de officier van justitie, mr. G. Steeghs resp. mr. B.P.R. van Andel.

2.De standpunten

2.1
De officier van justitie heeft ter zitting verzocht de beslissing op de vordering aan te houden voor de duur van één maand, zodat in deze maand een passende plek kan worden gevonden voor betrokkene zodat hij onder de terbeschikkingstelling met voorwaarden verder behandeld kan worden. Zodra die plek gevonden is, kan de vordering worden afgewezen. Wel dient aan de voorwaarden te worden toegevoegd het verbod om het land te verlaten zonder toestemming van de reclassering.
2.2
De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor afwijzing van de vordering, omdat het vinden van een passende plek voor betrokkene al te lang heeft geduurd. De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene nu al geruime tijd weer in de PI verblijft, deze situatie levert enkel een langere gevangenisstraf op voor betrokkene.

3.De beoordeling

Indexdelict
3.1
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege onder meer doodslag. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
3.2
Betrokkene is gediagnosticeerd met een ontwikkelingsstoornis te weten zwakbegaafdheid, een persoonlijkheidsscheefgroei richting persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken en verslavingsproblematiek. Deze stoornissen zijn nog steeds aanwezig.
Verloop van de maatregel
3.3
Het reclasseringsrapport van 12 mei 2025 vermeldt dat betrokkene sinds zijn opname in Trajectum Berkelland in september 2024 goed meewerkt aan de behandeling, zij het dat er wel enkele rimpelingen waren bij diens verblijf (niet onderbouwde beschuldiging van drogering door groepsgenoten en van een seksuele relatie tussen hem en een medewerker, die alle onjuist bleken te zijn).
3.4
Op 2 mei 2025 heeft betrokkene zich tijdens begeleid verlof onttrokken aan het toezicht met behulp van een klaar staande taxi. De reden was dat hij een vriendin had die op een andere locatie van Trajectum is opgenomen en die hem vertelde het niet meer te zien zitten en zelfmoord te zullen plegen als hij haar daar niet zou weghalen. Hij had toen, naar eigen zeggen, geen andere keus dan de benen te nemen om zijn vriendin te redden. Een neef in Amsterdam zou hem helpen en de bedoeling was om met zijn vriendin naar Hongarije te gaan, waar zijn familiegeschiedenis ligt. Hij kwam wel van een koude kermis thuis want de vriendin kwam niet opdagen. Toen dit plan daarom geen doorgang kon vinden, wist hij het even ook niet meer en belde hij op 3 mei 2025 met de kliniek om te vragen of hij nog zou kunnen terugkomen zonder al te vergaande consequenties (lees: zonder te worden terug gestuurd naar de gevangenis). Hij kreeg daar geen duidelijk antwoord op en heeft de zaken toen maar op z’n beloop gelaten, totdat hij door de politie werd opgepakt op 9 mei 2025.
3.5
Trajectum was van meet af aan duidelijk in haar standpunt dat zij betrokkene niet opnieuw wilden opnemen. Er zou sprake zijn van een ‘berekenende onttrekking waarbij vanuit telefonisch initiatief van zijn kant ook weer voors en tegens worden afgewogen van het niet vrijwillig terugkeren, waardoor de samenwerkings- en vertrouwensrelatie permanent is beschadigd.’
3.6
De reclassering heeft hierop gereageerd met een terugmelding en advies tot omzetting van de maatregel en op 13 mei 2025 heeft de rechter-commissaris op vordering van het openbaar ministerie de voorlopige verpleging bevolen.
3.7
Op 20 mei 2025 heeft de toezichthouder van de reclassering met betrokkene gesproken, waarbij deze de gang van zaken en zijn beweegredenen heeft toegelicht. Dat heeft bij de reclassering geleid tot een ander inzicht, namelijk dat de maatregel in de huidige vorm zou moeten worden voortgezet en dus niet omgezet in verpleging. Het reclasseringsrapport van 22 mei 2025 vermeldt hierover:
“de vlucht was wel gepland, maar toen het anders verliep doordat vriendin niet kwam opdagen, was hij onmachtig te bedenken hoe het verder moest. Dit benadrukt naar onze mening de vastgestelde problematiek van betrokkene: zijn verstandelijke beperking waardoor hij geen oorzaak-gevolgrelaties ziet, zijn beïnvloedbaarheid en zijn beperkte copingvaardigheden. Hij lijkt zich opnieuw te hebben laten meeslepen in een relatie, met verregaande gevolgen voor hemzelf. Wij zien een kwetsbare en beïnvloedbare jongeman, die zich tot aan zijn onttrekking meewerkend heeft opgesteld in zijn behandeling en die spijt lijkt te hebben van zijn acties.”
3.8
Dit standpunt heeft de reclassering ook ingenomen tijdens de zitting van 23 mei 2025. Het werd ondersteund door de officier van justitie, die aangaf dat omzetting een veel te vergaande reactie zou zijn op deze schending van de voorwaarden. Dat zou betekenen dat Trajectum normaliter betrokkene gewoon zou moeten terugnemen. Gezien echter de aanhoudend afwijzende houding van Trajectum, zou een andere kliniek moeten worden gevonden voor opname van betrokkene.
3.9
De verdediging gaf aan dat de vordering inderdaad moet worden afgewezen en dat betrokkene in afwachting van een nieuwe behandelplek, eventueel bij zijn ouders zou kunnen verblijven. Dat heeft de rechtbank afgewezen.
3.1
Tijdens die zitting heeft ook de rechtbank laten doorschemeren niet genegen te zijn om de vordering toe te wijzen omdat betrokkene nog onvoldoende kansen heeft gehad om aan een effectieve behandeling in het kader van een tbs met voorwaarden mee te werken.
De ontvluchting op 2 mei 2025 moet hem uiteraard worden aangerekend. Maar bij de beoordeling welke consequenties dat zou moeten hebben, spelen enkele factoren een rol.
3.11
Het arrest van het hof van 23 juli 2024 vermeldt als samenvatting van de conclusies van beide PJ-rapporteurs:

Er is bij verdachte sprake van beperkingen voortvloeiend uit de verstandelijke beperking. Zijn persoonlijkheid is hierdoor en door alle impactvolle gebeurtenissen in zijn leven, tot onvoldoende gezonde eigenheid en identiteit (identiteitsarm) gekomen. Door een sterk achterblijvende verwerkingssnelheid verloopt de informatieverwerking en -integratie vertraagd en ontbreekt het verdachte aan het vermogen om overzicht te krijgen over situaties en is er geen adequaat vermogen tot anticipatie en reflectie. Verdachte is sterk contextafhankelijk en het ontbreekt hem aan adequate probleemoplossende vaardigheden, waardoor hij vatbaar is voor middelengebruik en internaliserende problematiek.
3.12
Een eerder PJ-advies van psychiater Bosan in 2021 vermeldt:

Door deze stoornissen lukt het betrokkene niet adequaat om te gaan met opdrachten en verplichtingen, ook het nakomen van afspraken lukt hem moeizaam, hij verliest gemakkelijk het overzicht. Betrokkene is ook cognitief niet in staat de juiste inschattingen hieromtrent te maken. Hij mist de cognitieve flexibiliteit om zich snel aan wisselende omstandigheden aan te passen.”
3.13
Zo bezien lijkt het gedrag van betrokkene heel goed te passen in deze bevindingen omtrent de psychiatrische problematiek. Een vriendin doet een beroep op hem om haar te helpen ontsnappen omdat zij anders zelfmoord pleegt, hij loopt weg met het voornemen met haar naar Hongarije te gaan waarbij een neef hem wel zal helpen, zonder echter enig plan te hebben voor het vervolg in Hongarije. Dan laat die vriendin het afweten waarop hij het ook allemaal niet meer weet, een dag later belt met de kliniek in een poging zijn ontvluchting terug te draaien, daar een vaag en ontwijkend antwoord krijgt en het vervolgens erbij laat zitten en wordt opgepakt.
3.14
Dit lijkt precies weer te geven hoe verdachte in elkaar zit en waarvoor – onder meer - de maatregel is opgelegd. Ook de reclassering heeft dit geconcludeerd in eerder vermeld advies.
3.15
Het verbaast de rechtbank dan ook dat Trajectum van meet af aan heeft geweigerd hem opnieuw op te nemen, ook niet op een andere locatie of met andere behandelaren, zonder zelfs maar met hem gesproken te hebben. Iedere behandeling en resocialisering gaat immers gepaard met vallen en opstaan.
3.16
De omslag van de reclassering en het standpunt van het openbaar ministerie, dat ook repte van een zorgplicht van Trajectum als aangewezen behandelinstelling en de kritische benadering van de rechtbank tijdens de zitting van 23 mei 2025, hebben niet geleid tot een heroverweging van de beslissing van Trajectum.
3.17
Vervolgens is de behandeling van de vordering aangehouden tot 20 juni 2025 teneinde de reclassering in samenspraak met DIZ van het ministerie de gelegenheid te geven een andere behandelkliniek te vinden voor betrokkene, waarbij ook Trajectum nadrukkelijk diende te worden betrokken.
3.18
Ter zitting van 20 juni 2025 heeft de regiebehandelaar van Trajectum volhard in de weigering om betrokkene opnieuw op te nemen, daaraan nú toevoegend te betwijfelen of betrokkene vanaf het begin eigenlijk wel op de juiste plek zat bij Trajectum. Alleen na een volledig nieuw doorlopen aanmeldingstraject “om de zorgvuldigheid te bewaken” zou eventueel een nieuwe opname kunnen worden overwogen, zo blijkt uit het reclasseringsadvies van 17 juni 2025.
3.19
Door de reclassering en het hoofd plaatsing van DIZ van het ministerie is verslag gedaan van het verrichte onderzoek. Er zijn opnameplekken gevonden, maar deze hebben een langdurige wachtlijst. Het meest belovende uitzicht werd geboden door de GGZ Noord en Oost Brabant, die een plek kon aanbieden op de locatie [plaats 1] . Dat was alleen afhankelijk van een intakegesprek (per video), dat in de daarop volgende week zou kunnen plaats vinden. De behandeling is vervolgens opnieuw aangehouden tot 18 juli 2025 in afwachting van de verdere ontwikkelingen.
3.2
Vervolgens heeft de rechtbank per e-mail het bericht bereikt dat betrokkene inderdaad kan worden opgenomen per 3 juli 2025 bij [plaats 1] De rechtbank begrijpt uit andere email correspondentie dat zowel de verdediging als het openbaar ministerie daarmee instemmen.
3.21
Betrokkene heeft ter zitting ook verklaard in te stemmen met opname in enige andere kliniek dan Trajectum omdat hij zijn misstap zeer betreurt en bovenal voortzetting van de behandeling wenst.
3.22
De rechtbank zal de aangekondigde zitting van 18 juli 2025 niet afwachten, maar het onderzoek sluiten en eerder uitspraak doen. Partijen hebben daarmee ingestemd tijdens de laatste zitting.
3.23
Tijdens de eerste zitting is ook aan de orde geweest – ongetwijfeld naar aanleiding van het voornemen van betrokkene om met zijn vriendin naar Hongarije te vertrekken - de vordering van het openbaar ministerie voor toevoeging van de voorwaarde dat betrokkene het land niet mag verlaten zonder toestemming van de reclassering. Dit is een standaard voorwaarde en de vraag is waarom deze voorwaarde destijds niet is geadviseerd en niet opgelegd. De rechtbank zal de voorwaarde toevoegen. Betrokkene heeft ook hiermee ingestemd.
De rechtbank zal tevens bepalen dat betrokkene wordt opgenomen in de [plaats 1] van GGZ Noord en Oost Brabant.

4.Conclusie

De rechtbank zal de vordering tot omzetting afwijzen. De tbs met voorwaarden wordt voortgezet en de voorwaarden worden aangepast als hiervoor vermeld.
De beslissing
De rechtbank:
wijst afde vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;
wijzigt de voorwaardenaldus:
de voorwaarde
“verdachte zich laat opnemen in [plaats 2] of een soortgelijke forensische instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.”
wordt vervangen door
“veroordeelde zich laat opnemen in FPA [plaats 1] (onderdeel van GGZ WNB) of een soortgelijke forensische instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.”
voegt toe de voorwaarde
“veroordeelde Nederland niet zal verlaten zonder voorafgaande toestemming van de reclassering.”
heft ophet bevel van de rechter-commissaris van 13 mei 2025 tot de voorlopige verpleging van betrokkene.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, als voorzitter, mr. A.J.H. Steenweg en mr. A. de Gooijer, als rechters in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2025.
Mrs De Gooijer en Nabbe zijn
buiten staat te ondertekenen.