De ouders hadden een geregistreerd partnerschap en twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het partnerschap in 2022 maakten zij afspraken over de zorg en opvoeding, vastgelegd in een ouderschapsplan. De moeder verhuisde zonder toestemming van de vader naar een andere woonplaats, wat leidde tot een vonnis in kort geding dat haar verplichtte op de schooldagen in de oorspronkelijke woonplaats te verblijven.
De vader vorderde in dit kort geding dat de moeder dit vonnis naleeft, met oplegging van een dwangsom bij niet-nakoming. De moeder voerde aan dat zij de opvang voor haar baby in de oorspronkelijke woonplaats niet passend kon regelen en dat het reizen te belastend was, maar deze argumenten waren al eerder meegewogen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de moeder gehouden is het vonnis na te komen omdat er geen wijziging van omstandigheden is die dit in het belang van de kinderen zou rechtvaardigen. De moeder wordt veroordeeld tot nakoming van de zorgregeling en een dwangsom van €500 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.