ECLI:NL:RBGEL:2025:5472

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
05/075231-95
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging na verkrachting wegens blijvende stoornis en recidiverisico

Betrokkene is sinds 1997 ter beschikking gesteld met dwangverpleging na een veroordeling voor verkrachting. De maatregel is meerdere malen verlengd en de verpleging was voorwaardelijk beëindigd in 2016, maar hervat in 2019. De rechtbank heeft op 27 juni 2025 de verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar bevolen.

Uit het klinisch rapport blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een verstandelijke beperking en middelenproblematiek. Hoewel hij stabiel functioneert en gemotiveerd is, zijn de stoornissen nog aanwezig en is hij kwetsbaar voor overprikkeling en beïnvloeding. De reclassering en kliniek adviseren geen voorwaardelijke beëindiging vanwege het risico op recidive, vooral bij ongunstige omstandigheden.

Betrokkene verblijft momenteel op een locatie met begeleid verlof en werkt met tevredenheid. Er is een aanvraag voor proefverlof ingediend om zijn zelfstandigheid verder te testen. De rechtbank vindt het nog te vroeg voor een civielrechtelijke machtiging of voorwaardelijke beëindiging, omdat de uitbreiding van vrijheden en het effect daarvan op het recidiverisico eerst moeten worden onderzocht.

De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding en voorwaardelijke beëindiging af en verlengt de maatregel met één jaar om de veiligheid van anderen te waarborgen. De betrokkenheid van de kliniek blijft noodzakelijk als vangnet tijdens de verdere behandeling en begeleiding.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt met één jaar verlengd en verzoeken tot voorwaardelijke beëindiging en aanhouding worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/075231-95
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Beslissingvan de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene)

geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] (Marokko),
verblijvende op de locatie [verblijfplaats 1] in [plaats] ,
onder verantwoordelijkheid van het [de kliniek] ( [de kliniek] ) [de kliniek] (hierna: de kliniek)
Raadsman: mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen.

Procedure

Betrokkene is op 24 september 1996 bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 8 juni 1997.
Bij beslissing van de rechtbank Gelderland van 27 mei 2016 is de verpleging van
overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Op 1 maart 2019 heeft deze rechtbank bevolen dat
de verpleging van overheidswege wordt hervat. Bij beslissing van 5 juli 2024 is de maatregel voor het laatst verlengd met één jaar.
Bij vordering van 6 mei 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat de maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
  • het adviesrapport van de kliniek van 3 april 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar en de dwangverpleging niet voorwaardelijk te beëindigen;
  • het adviesrapport van de reclassering van 4 april 2025, waarin wordt geadviseerd de dwangverpleging niet voorwaardelijk te beëindigen;
  • de wettelijke aantekeningen;
  • de MDO-verslagen van 23 oktober 2024 en 14 april 2025, opgesteld door Trajectum.
Ter zitting van 13 juni 2025 zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • zijn raadsman;
  • de deskundige mevrouw J. van Teijlingen, hoofdbehandelaar bij de kliniek;
  • de deskundige mevrouw [deskundige], reclasseringswerker;
  • de officier van justitie, mr. C.Y. Huang.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft toegelicht dat het traject van betrokkene positief verloopt, maar dat er nog wel aandachtspunten zijn. Het is onduidelijk hoe betrokkene met meer vrijheden zal omgaan en hoe dit zijn belastbaarheid beïnvloedt. Een voorwaardelijke beëindiging is daarom op dit moment een te grote stap. Ook voor een civielrechtelijke machtiging is het nog te vroeg.
De raadsman van betrokkene heeft primair verzocht om aanhouding van de behandeling, zodat de mogelijkheid van een civielrechtelijke machtiging kan worden onderzocht door een onafhankelijke psychiater. Betrokkene functioneert al jaren stabiel en heeft nimmer gevaar veroorzaakt. Het recidivegevaar is zodanig gereduceerd dat het maatschappelijk verantwoord is om behandeling in een civielrechtelijk kader voort te zetten. Subsidiair heeft hij gepleit voor voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Meer subsidiair heeft hij gepleit voor een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar.

De beoordeling

Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege verkrachting
.Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie, een verstandelijke beperking en middelenproblematiek (veelal gedwongen in remissie).
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Op 3 juli 2024 is betrokkene vanuit de kliniek met een machtiging transmuraal verlof overgeplaatst naar locatie [verblijfplaats 1] . Hij functioneert daar stabiel, toont zich gemotiveerd en behulpzaam, houdt zich aan afspraken en is medicatietrouw. De begeleide verloven verlopen naar behoren en volgens afspraak. Hij is inmiddels gestart met semi-begeleide verloven; het landelijk verlof is nog steeds dubbel begeleid, met als volgende stap enkel begeleid verlof. Tijdens de verloven heeft betrokkene nog wel aansturing en ondersteuning van de begeleiding nodig en raakt hij snel overprikkeld, vooral als hij op familiebezoek gaat of drukkere plekken bezoekt. Betrokkene heeft sinds kort een mobiele telefoon. Hij heeft nooit eerder een smartphone gehad. Er zijn zorgen dat door zijn beïnvloedbaarheid en zijn kwetsbaarheid en de onwetendheid van betrokkene zijn telefoongebruik kan leiden tot kwetsbare situaties. Op de zitting bleek dat de mobiele telefoon van betrokkene daarom dagelijks wordt gecontroleerd.
Overdag werkt betrokkene in de productie en hij voert zijn werkzaamheden naar tevredenheid van de werkbegeleiding uit. Tussen de dagbesteding door heeft betrokkene rustmomenten nodig. Tijdens drukke of stressvolle momenten ervaart betrokkene soms slurpgeluiden, zoals ook waargenomen bij eerdere psychoses. Als betrokkene dit ervaart, geeft hij dit wel goed aan bij de begeleiding.
De reclassering is recent betrokken geraakt bij het traject en heeft positief geadviseerd over proefverlof. De machtiging voor proefverlof is ongeveer vier weken geleden aangevraagd bij het Adviescollege Verloftoetsing tbs en ter zitting is toegelicht dat de kliniek hier snel een reactie op verwacht. Daarnaast is betrokkene in oktober 2024 aangemeld voor een vervolgafdeling op locatie [verblijfplaats 1] (beveiligingsniveau nul), waar hij met meer zelfstandigheid, maar wel begeleid, kan gaan wonen.
Recidivegevaar
De kliniek schat de kans op herhaling van het indexdelict of het begaan van een vergelijkbaar delict in als laag binnen het huidige kader. Indien betrokkene in ongunstige levensomstandigheden komt of begeleiding wegvalt, is de kans op herhaling van een vermogens- en/of een seksueel delict groot. De verwachting is dat betrokkene dan niet in staat is om adequate oplossingen te zoeken, dat hij middelen gaat gebruiken en psychotisch wordt en dat hij impulsief gaat handelen, de aangeleerde normen vergeet, diefstal zal plegen als gevolg van slechte financiële omstandigheden en dan mogelijk grensoverschrijdend gedrag naar een vrouw zal hebben vanuit zijn behoefte aan een partner. Het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging schat de kliniek in als matig. Voor een civielrechtelijke machtiging zijn de risico’s nog te hoog en een zorgmachtiging biedt dan ook te weinig kaders om potentieel dreigend risico af te wenden.
Ook de reclassering schat de kans op recidive binnen het huidige kader in op laag. Mocht de maatregel voorwaardelijk worden beëindigd dan schat de reclassering de risico's in op gemiddeld-hoog. De reclassering heeft nog onvoldoende zicht op het functioneren van betrokkene buiten de kliniek, en op zijn zelfstandigheid en vraagt zich af of de copingsvaardigheden van betrokkene afdoende zijn in de drukte van de buitenwereld. Zijn beïnvloedbaarheid door derden is dan ook een risico op drugsgebruik, wat weer voor psychische ontregeling kan zorgen.
Conclusie
Betrokkene verblijft op dit moment in het kader van transmuraal verlof bij locatie [verblijfplaats 1] . Hier zet betrokkene zijn - na enkele jaren van onzekerheid over zijn verblijfsvergunning - sinds half 2023 ingezette weg op goede wijze voort. Hij functioneert stabiel en de behandeling ziet vooral op het bestendigen van stabiliteit en adequate gedragspatronen en het vergroten van de zelfredzaamheid.
De komende periode zullen de vrijheden van betrokkene stapsgewijs worden uitgebreid.
Zo zal hij moeten oefenen met onbegeleid verlof en is proefverlof aangevraagd. Ook zal hij uitstromen naar [verblijfplaats 2] , waar hij meer zelfstandig zal gaan wonen. Daarna zal moeten worden onderzocht of betrokkene in staat is om adequaat om te gaan met de uitbreiding van zijn vrijheden, potentiële verleidingen en sociaal contact (met vrouwen). Ook kan zijn draagkracht en zorgbehoefte tijdens de verloven en zijn zorgbehoefte in een omgeving met minder begeleiding en meer prikkels worden getoetst. De deskundige van de kliniek heeft ter zitting toegelicht dat de kliniek hier op dit moment onvoldoende beeld van heeft. Het op deze manier vergroten van de vrijheden zal langzaam moeten worden opgebouwd, om te voorkomen dat betrokkene ontregeld raakt. De betrokkenheid van de kliniek fungeert hierbij als noodzakelijk vangnet. Na enkele jaren zou betrokkene kunnen doorstromen naar locatie [verblijfplaats 3] (beschermd wonen), waar de zorg meer op afstand is.
De rechtbank overweegt dat betrokkene goed op weg is, maar dat er nog belangrijke vervolgstappen moeten worden genomen voordat betrokkene toe is aan een minder stringent kader. De volgende stap is nu het proefverlof. Het is, mede gelet op de beschrijving van het recidiverisico van zowel de kliniek als de reclassering, nog te vroeg om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van een civielrechtelijke machtiging. Het is belangrijk dat eerst de vrijheden van betrokkene (verder) worden uigebreid en wordt onderzocht hoe betrokkene hierop reageert en het recidiverisico hiermee omlaag kan worden gebracht. Het verzoek tot aanhouding voor het onderzoeken van de mogelijkheid van een civielrechtelijke machtiging wordt dan ook afgewezen. Om diezelfde reden ziet de rechtbank geen aanleiding de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met één jaar verlengen.

De beslissing

De rechtbank:
wijst afhet verzoek tot aanhouding en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met
één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M. Breimer, als voorzitter, mr. I. de Bruin en mr. A.J.H. Steenweg, als rechters in tegenwoordigheid van mr. S.I. Nelissen en mr. K.A. Rombouts, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juni 2025. Mr. A.J.H. Steenweg is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.