ECLI:NL:RBGEL:2025:5486
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens vrijspraak voor onderliggende feiten
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €153.289,86, gebaseerd op de verkoop van hennep uit eerdere oogsten van een hennepkwekerij op een specifieke locatie. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat verdachte is vrijgesproken voor het medeplegen van de hennepteelt en het voorhanden hebben van hennep op die locatie.
De rechtbank overwoog dat de ontnemingsvordering alleen kan worden opgelegd aan iemand die is veroordeeld voor een strafbaar feit en voordeel heeft verkregen uit dat feit. Omdat verdachte voor de relevante feiten is vrijgesproken, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat hij voordeel heeft genoten van eerdere oogsten.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank heeft tevens vastgesteld dat eventuele voordelen uit bewezenverklaarde feiten of andere strafbare feiten niet ten grondslag liggen aan de vordering en heeft deze daarom niet verder beoordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af omdat verdachte is vrijgesproken voor de feiten waarop de vordering is gebaseerd.