Uitspraak
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vorderen eisers schorsing van de ontruiming van hun woning aan de Madelievenstraat 16 te Arnhem, nadat de huurovereenkomst was geëindigd wegens ongeoorloofde onderverhuur. De kantonrechter overweegt dat de ontruiming gepland staat op 9 juli 2025 en dat het vonnis van 25 maart 2025 nog niet definitief is vanwege lopend hoger beroep.
Eisers stellen dat zij een urgentieverklaring hebben ontvangen en dat de gezondheidssituatie van een van hen en hun jonge kinderen een gedwongen ontruiming onaanvaardbaar maakt. De kantonrechter weegt het zwaarwegende belang van de verhuurder om sociale huurwoningen toe te wijzen aan geschikte huurders af tegen het belang van het gezin met jonge, kwetsbare kinderen, waarbij het kindbelang volgens artikel 3 IVRK Pro voorop staat.
De kantonrechter concludeert dat ontruiming tot een acute noodtoestand voor de kinderen leidt en schorst daarom de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis tot uiterlijk 7 september 2025, de einddatum van de urgentieverklaring. Daarnaast wordt het verzoek tot het opleggen van een dwangsom afgewezen en wordt de proceskostenverdeling gecompenseerd. Het verzoek om SVA te veroordelen tot het afgeven van een positieve verhuurdersverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De ontruiming van de woning wordt geschorst tot uiterlijk 7 september 2025 vanwege het belang van de kinderen en de urgentieverklaring.