ECLI:NL:RBGEL:2025:5654

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
11545229 CV EXPL 25-391
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:98 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot vergoeding buitengerechtelijke kosten in letselschadezaak wegens onvoldoende onderbouwing

Op 1 mei 2022 raakten twee personen betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval met letsel. De betrokkenen waren verzekerd bij Achmea Schadeverzekeringen. Voor de schadeafwikkeling schakelden zij TCS in, die buitengerechtelijke kosten factureerde voor haar werkzaamheden. TCS vorderde betaling van deze kosten van Achmea, gebaseerd op vaststellingsovereenkomsten waarin vergoeding van redelijke buitengerechtelijke kosten was opgenomen.

Achmea betwistte de vordering, onder meer omdat TCS onvoldoende had onderbouwd dat zij deskundige bijstand had verleend, dat de kosten redelijk waren en dat het uurtarief van €170 passend was. De rechtbank oordeelde dat TCS onvoldoende had gereageerd op dit gemotiveerde verweer en niet had aangetoond dat sprake was van redelijke buitengerechtelijke kosten.

Daarom wees de rechtbank de vordering af en wees ook de gevorderde verklaring voor recht dat Achmea in strijd met de Gedragscode Behandeling Letselschade zou handelen af. TCS werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek op 9 juli 2025.

Uitkomst: De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11545229 \ CV EXPL 25-391
Vonnis van 9 juli 2025
in de zaak van
TOTAL CONTACT SOLUTIONS B.V., mede h.o.d.n. TCS-Juristen,
te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: TCS,
gemachtigde: [naam 3] ,
tegen
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Apeldoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Achmea Schadeverzekeringen,
gemachtigde: mr. B.M. Stroetinga.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek met daarin een wijziging van eis
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 1 mei 2022 zijn [naam 1] als bestuurder en [naam 2] als passagier betrokken geraakt bij een eenzijdig verkeersongeval. Het voertuig waarin zij reden was verzekerd bij Achmea Schadeverzekeringen. [naam 1] en [naam 2] hebben bij het ongeval letsel opgelopen.
2.2.
Voor het verhaal en de afwikkeling van de door [naam 1] en [naam 2] als gevolg van het ongeval geleden schade hebben [naam 1] en [naam 2] zich tot de broer van [naam 2] , [naam 3] , gewend, die werkzaam is bij TCS.
2.3.
In oktober 2023 zijn tussen [naam 1] en Achmea Schadeverzekeringen en tussen [naam 2] en Achmea Schadeverzekeringen vaststellingsovereenkomsten tot stand gekomen. Daarin is, voor zover hier van belang, bepaald:

Buitengerechtelijke kosten
4. Verzekeraar betaalt, naast het hiervoor genoemde schadebedrag, de redelijke buitengerechtelijke kosten zoals bedoeld in artikel 6:96 Burgerlijk Pro Wetboek. Belanghebbende verklaart door ondertekening van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is of wordt overeengekomen, dat verzekeraar de thans nog resterende buitengerechtelijke kosten rechtstreeks aan de belangenbehartiger betaalbaar mag stellen.
2.4.
TCS heeft voor de door haar verrichte werkzaamheden declaraties opgesteld. Daarbij zijn urenspecificaties gevoegd, waarop staat dat [naam 3] in de periode van 3 mei 2022 tot en met 14 november 2023 31,1 facturabele uren aan de zaak van [naam 2] heeft besteed en 45,6 facturabele uren aan de zaak van [naam 1] .
2.5.
Bij factuur van 14 november 2023 is voor de door TCS voor [naam 2] verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden een bedrag van € 6.592,69 inclusief btw gefactureerd. Daarbij is, voor zover hier van belang, vermeld:
Nr. Omschrijving Aantal Prijs Totaal (…)
1. Diensten zoals vermeld in de Bijlage 31.1 uren 170,00 € 5.287,00 €
2. Diensten zoals vermeld in de Bijlage
Fixed Price 1.00 x 161,50 € 161,50 €
Totaal Netto bedrag 5.448,50 €
BTW 21% 1.144,19 €
TOTAAL 6.592,69 €
2.6.
Bij factuur van 14 november 2023 is voor de door TCS voor [naam 1] verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden een bedrag van € 9.575,34 inclusief btw gefactureerd. Daarbij is, voor zover hier van belang, vermeld:
Nr. Omschrijving Aantal Prijs Totaal (…)
1. Diensten zoals vermeld in de Bijlage 45.6 uren 170,00 € 7.752,00 €
2. Diensten zoals vermeld in de Bijlage
Fixed Price 1.00 x 161,50 € 161,50 €
Totaal Netto bedrag 7.913,50 €
BTW 21% 1.661,84 €
TOTAAL 9.575,34 €

3.Het geschil

3.1.
TCS vordert na wijziging van eis - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Achmea Schadeverzekeringen zal veroordelen om aan TCS te betalen een bedrag van € 19.475,32, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 16.168,03;
II. voor recht zal verklaren dat Achmea Schadeverzekeringen in strijd met de Gedragscode Behandeling Letselschade handelt;
III. Achmea Schadeverzekeringen zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
TCS legt aan haar vordering, bezien tegen de achtergrond van de feiten en voor zover thans van belang, het volgende ten grondslag.
Achmea Schadeverzekeringen is op grond van artikel 4 van Pro de vaststellingsovereenkomsten gehouden om de door TCS gefactureerde buitengerechtelijke kosten van in totaal € 16.168,03 aan TCS te voldoen. De kosten voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 BW Pro, in die zin dat het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt, alsmede dat de hoogte van de gemaakte kosten redelijk is. Omdat Achmea Schadeverzekeringen niet binnen de in de facturen gestelde termijnen heeft betaald, zijn buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht om de hoofdsom betaald te krijgen. De ter zake gemaakte buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 936,68 en dienen op grond van artikel 6:96 BW Pro door Achmea Schadeverzekeringen te worden vergoed. Ten slotte maakt TCS op grond van artikel 6:119a BW aanspraak op vergoeding van wettelijke handelsrente.
3.3.
Achmea Schadeverzekeringen voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van TCS, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van TCS in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Uitgangspunt is dat degene die aansprakelijk is voor de schadelijke gevolgen van een aanrijding in beginsel binnen de grenzen van artikel 6:98 BW Pro aansprakelijk is voor alle schade die de benadeelde als gevolg van die gebeurtenis heeft geleden.
4.2.
Als vermogensschade komen op grond van artikel 6:96 BW Pro voor vergoeding in aanmerking de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.
Volgens vaste rechtspraak (vgl. Hoge Raad 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:586) is voor vergoeding van deze kosten vereist dat:
a. condicio sine qua non-verband bestaat tussen de aansprakelijkheid scheppende gebeurtenis en de kosten;
b. de kosten in zodanig verband staan met die gebeurtenis dat zij, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, aan de aansprakelijke persoon kunnen worden toegerekend;
c. het redelijk was om in verband met een onderzoek naar de mogelijke gevolgen van die gebeurtenis deskundige bijstand in te roepen; en
d. de daartoe gemaakte kosten redelijk zijn.
4.3.
Door Achmea Schadeverzekeringen is gemotiveerd weersproken dat aan de vereisten onder c. en d. is voldaan. Daartoe heeft zij het volgende aangevoerd. Achmea Schadeverzekeringen betwist dat TCS deskundige bijstand heeft verleend. Het is aan TCS om te stellen en onderbouwen dat zij deskundig is op het gebied van personenschade. Dit heeft zij niet gedaan. Ten tweede is betwist dat [naam 1] en [naam 2] gehouden waren een vergoeding aan [naam 3] te betalen voor de door hem verleende bijstand, zodat niet is vast komen te staan dat op dit punt sprake is van door [naam 1] en [naam 2] geleden vermogensschade in de zin van artikel 6:96 BW Pro. In de derde plaats wordt betwist dat het gehanteerde uurtarief van € 170,00 redelijk is. Er is niet onderbouwd dat [naam 3] een juridische opleiding heeft afgerond en/of dat hij over relevante ervaring of specialistische kennis op het gebied van personenschade beschikt. Ook overigens voldoen de opgevoerde kosten niet aan de dubbele redelijkheidstoets. Er is sprake van onnodige besprekingen, te hoge reiskosten en dubbel in rekening gebrachte kosten voor hetzelfde verkeersongeval. Ten slotte staan de buitengerechtelijke kosten in een wanverhouding tot de omvang van de (overige) door [naam 1] en [naam 2] geleden schade, aldus Achmea Schadeverzekeringen.
4.4.
Het had na deze gemotiveerde betwisting op de weg van TCS gelegen om haar vordering nader te onderbouwen. Uit de vaststellingsovereenkomsten vloeit weliswaar voort dat Achmea Schadeverzekeringen gehouden is de redelijke buitengerechtelijke kosten van [naam 1] en [naam 2] te vergoeden, maar het was aan TCS, als partij die in deze procedure vergoeding van die kosten vraagt, om te stellen en - zo nodig - te bewijzen dat het redelijk was om in verband met een onderzoek naar de mogelijke gevolgen van het ongeval deskundige bijstand in te roepen en dat daarvoor kosten zijn gemaakt die ook qua hoogte redelijk zijn. Dit houdt in dit geval in dat TCS tegenover het gemotiveerde verweer van Achmea Schadeverzekeringen had moeten onderbouwen dat [naam 1] en [naam 2] deskundige bijstand hebben ingeroepen, dat zij daarvoor kosten hebben gemaakt, dat het in de gegeven omstandigheden redelijk was om die kosten te maken en dat de hoogte van de ter zake gevorderde bedragen redelijk is. Een nadere onderbouwing van de door TCS op deze punten ingenomen stellingen is bij repliek niet gegeven. Dit leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat sprake is van vermogensschade in de vorm van redelijke buitengerechtelijke kosten, zodat de vordering moet worden afgewezen.
4.5.
Gelet op het voorgaande is evenmin vast komen te staan dat Achmea Schadeverzekeringen in strijd met de gedragscode Behandeling Letselschade handelt, zodat de gevorderde verklaring voor recht evenmin toewijsbaar is.
4.6.
TCS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Achmea Schadeverzekeringen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van TCS af,
5.2.
veroordeelt TCS in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als TCS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.
(mk)