De zaak betreft een verzoek van Jeugdbescherming Gelderland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds medio juni 2025 weer bij haar moeder woont. De ouders zijn het eens met het verzoek en erkennen de noodzaak van voortdurende monitoring en ondersteuning vanwege hun eigen problematiek en de loyaliteitsconflicten van de minderjarige.
De kinderrechter constateert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door een onveilige hechting, onverwerkte trauma’s en loyaliteitsconflicten. Beide ouders kampen met ADHD, PTSS en verslavingsproblematiek, waarbij de vader recent een terugval had. De moeder heeft een licht verstandelijke beperking. Hierdoor was de minderjarige vier jaar uit huis geplaatst bij haar grootouders.
Er is perspectiefonderzoek gedaan waaruit bleek dat thuisplaatsing bij de moeder met intensieve ondersteuning mogelijk is. Er zijn positieve stappen gezet, zoals het afronden van een NIKA-traject. Toch blijven aandachtspunten bestaan, onder meer in het stellen van grenzen door de moeder en de omgang met de vader. De gecertificeerde instelling blijft betrokken om regie te voeren op de hulpverlening en de situatie te monitoren.
De kinderrechter oordeelt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is en verlengt de ondertoezichtstelling voor een jaar. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze ook geldt tijdens eventuele beroepsprocedures. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.