Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2025. Hierbij waren aanwezig:
2.De feiten
[naam 1], geboren op [datum] 2009 in [plaats 1] , hierna te noemen: [naam 1] .
Rechtbank Gelderland
De moeder vordert vervangende toestemming om met haar minderjarige kind op vakantie te gaan naar Kroatië, nadat de vader zijn toestemming heeft geweigerd. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit en hebben afspraken vastgelegd in een ouderschapsplan. De vader weigert toestemming sinds hij geen contact meer heeft met het kind, mede naar aanleiding van een incident waarbij hij de moeder en het kind met vele berichten benaderde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder een spoedeisend belang heeft vanwege de geplande vakantieperiode. Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechtbank bij geschil over toestemming een beslissing nemen in het belang van het kind. De rechtbank stelt vast dat de vakantie in het belang van het kind is, dat deel uitmaakt van het gezin van de moeder en stiefvader.
De vader heeft geen argumenten aangevoerd om van dit uitgangspunt af te wijken en er zijn geen andere bezwaren gebleken. Daarom wordt de vordering van de moeder toegewezen en vervangende toestemming verleend. De vader wordt veroordeeld in de proceskosten, die inclusief nakosten zijn begroot op € 1.191,45 plus € 178 aan nakosten en eventueel extra kosten bij betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De moeder krijgt vervangende toestemming om met het kind op vakantie te gaan en de vader wordt veroordeeld in de proceskosten.