ECLI:NL:RBGEL:2025:5962

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
058431-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een man voor stalking, bedreiging en mishandeling van zijn ex-vriendin

Op 18 juli 2025 heeft de Rechtbank Gelderland een 39-jarige man veroordeeld voor het stalken, bedreigen en mishandelen van zijn ex-vriendin. De man had in de periode van 21 mei 2023 tot en met 14 februari 2024 stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de vrouw door haar te bedreigen via WhatsApp, e-mail en telefoon. Hij had ook haar werkgever bedreigd, wat leidde tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een contact- en locatieverbod van 3 jaar. De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van de verdachte, waaronder bedreigingen en mishandeling, een ernstige schending van de persoonlijke levenssfeer van de vrouw vormden. De rechtbank nam in haar overwegingen mee dat de verdachte eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat hij tijdens de gepleegde feiten nog in een proeftijd liep. De rechtbank legde ook een schadevergoeding op aan de benadeelde partij, die bestond uit materiële schade en smartengeld.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/058431-24; 16/141239-21 (tul)
Datum uitspraak : 18 juli 2025
Tegenspraak (art. 279 Sv)
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag 1] 1985 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] ( [postcode] ) in [woonplaats] .
raadsman: mr. D.C. Dorrestein, advocaat in Houten.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 21 mei 2023 tot en met 14 februari 2024 te [plaats 1]
en/of [plaats 2] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,
door
- die [slachtoffer 1] een of meermalen (WhatsApp en/of mail)berichten (al dan niet van dreigende, intimiderende en/of beledigende aard) te sturen en/of
- zich op te houden rondom de woning van die [slachtoffer 1] (gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] ) en/of vervolgens intimiderende en/of beledigende woorden toe te voegen (aan die [slachtoffer 1] en/of haar stiefvader), namelijk onder meer: "Als ze gaat bellen, ga ik nu springen dan gaan ik en jij het nu uitvechten he" en/of "Haal dat ding" en/of "Hou je bek joh kankerhoer" en/of
- te bellen naar de receptie van de werkgever van die [slachtoffer 1] ( [bedrijf] ) en een of meermalen de woorden aan de receptioniste toe te voegen: "Ik sta binnen 4 minuten bij het bedrijfspand en kom hoe dan ook naar binnen. Of dat nou door het raam moet of met de auto naar binnen. Ik stomp jullie allemaal kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- een of meermalen te bellen en/of vervolgens voicemails achter te laten bij die [slachtoffer 1] en/of
- die [slachtoffer 1] , tijdens het leegruimen van haar appartement (gelegen aan de [adres 3] in [plaats 2] ), een of meermalen aan te spreken, uit te schelden en/of te bedreigen door aan haar de woorden toe te voegen: "Kutwijf" en/of "Kankerhoer" en/of "Kankerwijf" en/of "Met je kankerhoofd" en/of "Nog een keer ik sprint en ik sla je kapot he, kankerhoer", met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2.
hij op of omstreeks 17 november 2023 te [plaats 2] , althans in Nederland, [getuige 1] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [getuige 1] dreigend (telefonisch) de woorden toe te voegen "Ik sta binnen 4 minuten bij het bedrijfspand en kom hoe dan ook naar binnen. Of dat nou door het raam moet of met de auto naar binnen. Ik stomp jullie allemaal kapot", althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2022 en 15 oktober 2022 te Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1]
- een of meermalen in het gezicht te slaan/stompen en/of
- aan de haren te trekken.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden van alle ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 is hiertoe aangevoerd dat uit het dossier onvoldoende is gebleken dat sprake is geweest van een wederrechtelijke, stelselmatige en opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster [slachtoffer 1] . Ten aanzien van feit 2 is aangevoerd dat de verklaring van getuige [getuige 1] niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen waardoor niet vastgesteld kan worden dat verdachte bedreigende woorden heeft geuit. Ten aanzien van feit 3 is aangevoerd dat de aangifte van [slachtoffer 1] onvoldoende betrouwbaar is om als uitgangspunt voor een bewezenverklaring te gebruiken. Ook wordt de aangifte onvoldoende gesteund door andere bewijsmiddelen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van feit 3 geldt dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het slaan dan wel stompen in het gezicht van aangeefster.
De beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
De rechtbank zal deze feiten gelijktijdig behandelen gelet op de onderlinge samenhang.
Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 7 oktober 2023 verklaard dat zij tien jaar een relatie heeft gehad met verdachte. In maart 2023 is aangeefster uit hun gezamenlijke woning weggegaan. Zij is vervolgens dagelijks door verdachte benaderd via WhatsApp, e-mail en telefoon. Zo heeft zij meerdere WhatsAppberichten achter elkaar ontvangen op een laat tijdstip, waaronder een WhatsAppbericht van verdachte op 21 mei 2023. [2] Op 7 september 2023 is er door de wijkagent een stopgesprek gevoerd met verdachte. [3] Op 16 februari 2024 is door aangeefster een klacht ingediend. [4]
Aangeefster heeft screenshots van de Whatsapp-gesprekken en e-mails aangeleverd bij de politie. Uit onderzoek van de politie volgt dat het e-mailadres
[e-mailadres]sinds 29 december 2010 aan verdachte is gekoppeld. Uit onderzoek volgt verder dat het telefoonnummer van het Whatsapp-contact
[Whatsapp-contact]gekoppeld staat aan verdachte. [5] Uit de door aangeefster aangeleverde schermafbeeldingen blijkt dat er tientallen berichten zijn gestuurd van beledigende en bedreigende aard, waaronder een e-mail waarin staat: “Hoe ’t voelt als een vleesmes ineens je huid doorboort want iemand jullie gaat dat misschien wel meemaken”. [6]
Uit de aangifte volgt verder dat aangeefster op 29 september 2023 het appartement zou leegruimen. Vooraf was via de wijkagent met verdachte afgesproken dat hij vanaf die dag niet meer in het appartement zou zijn en dat hij zich niet mocht laten zien of contact mocht zoeken met aangeefster in het appartement. Aangekomen bij het appartement zag aangeefster dat verdachte in de binnentuin van het complex was en haar aankeek. Vervolgens stond verdachte onder het balkon van het appartement. Hij schreeuwde naar haar en begon te schelden. [7] De camerabeelden van deze dag zijn door de politie beschreven waarbij verdachte op de beelden door de politie wordt herkend. Verder is geverbaliseerd dat verdachte luide stem onder meer heeft gezegd ‘kutwijf’, ‘kankerhoer’, ‘kankerwijf’, ‘met je kankerhoofd’ en ‘nog een keer ik sprint en ik sla je kapot he, kankerhoer’. [8]
Op 29 januari 2024 heeft aangeefster contact opgenomen met de politie om aan te geven dat verdachte de avond daarvoor op haar woonadres aan de [adres 2] in [plaats 1] is geweest. De beelden van dit incident zijn verstrekt aan de politie. [9] Op deze uitgekeken en beschreven camerabeelden is onder meer te zien dat er op 28 januari 2023 rond 23.53 uur een auto stopt bij de schutting van de woning van aangeefster. In de tuin van de woning staan een man (de rechtbank begrijpt: getuige [getuige 2] , de stiefvader van aangeefster) en een vrouw. Uit de auto stapt een man die bij de schutting aankomt. De verbalisant herkent deze man op de camerabeelden als verdachte. Verdachte roept naar de man in de tuin en vraagt waarom er een veilig thuis melding over hem is gemaakt. Verdachte zegt in dat gesprek tegen [getuige 2] : “Als ze gaat bellen, ga ik nu springen dan gaan ik en jij het nu uitvechten he” (…). Verder zegt verdachte tegen de bestuurder van de auto waarin hij is aan komen rijden: “ Haal dat ding”. Als de man in de tuin richting de woning draait zegt verdachte: “Wat een lafbek, hou je bek jij kankerhoer, hou je bek joh kankerhoer”. [10]
Verder heeft aangeefster verklaard dat – nadat zij de contacten van verdachte had geblokkeerd – nog meerdere keren per week voicemailberichten van hem heeft ontvangen. Op 14 februari 2024 heeft zij contact opgenomen met de politie met het bericht dat verdachte haar heeft geprobeerd te bellen en hierbij een voicemail achter heeft gelaten. Dit voicemailbericht is door de verbalisant beluisterd en hierbij is door de verbalisant de stem van verdachte herkend. [11]
Uit de aanvullende aangifte volgt tot slot dat aangeefster heeft verklaard dat verdachte op 17 november 2023 telefonisch contact heeft opgenomen met de receptie van haar werkgever ( [bedrijf] ). [12] Getuige [getuige 1] is werkzaam als receptioniste bij [bedrijf] . Zij heeft verklaard dat verdachte telefonisch contact met de receptie heeft opgenomen. Verdachte gaf aan dat hij aangeefster moest spreken. In overleg met aangeefster gaf [getuige 1] aan verdachte aan dat zij het gesprek niet kon doorverbinden. Voordat verdachte ophing, zei hij dat ze moest doorverbinden, anders zou hij binnen een paar minuten voor het werk staan en dan zouden ze wel wat meemaken. Even later belde verdachte terug. Toen begon verdachte te schelden. Getuige [getuige 1] hoorde dat hij verder zei dat hij binnen 4 minuten voor het bedrijfspand zou staan en hoe dan ook naar binnen zou komen. Of hij nou door het raam moest of met de auto naar binnen moest. Ook zei hij dat hij hen allemaal kapot zou stompen. Dit laatste herhaalde hij drie keer. [getuige 1] voelde zich erg bedreigd door de verdachte en onveilig. [13]
Naar aanleiding van dit telefoongesprek is door de politie onderzoek gedaan naar de telefoongesprekken van [bedrijf] van 17 november 2023. Er is die dag drie keer gebeld door het telefoonnummer dat – zoals te zien in de politiesystemen – gekoppeld is aan verdachte. [14]
Is het handelen van verdachte aan te merken als belaging?
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of de hiervoor beschreven handelingen van verdachte kunnen worden gekwalificeerd als belaging in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Van belaging is sprake als een verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander om die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel vrees aan te jagen. Bij de beoordeling daarvan zijn verschillende factoren van belang. Het gaat daarbij om de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van een slachtoffer.
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte heeft in de periode van 21 mei 2023 tot en met 14 februari 2024 regelmatig, aanhoudend en op verschillende manieren contact gezocht met aangeefster. Zo volgt uit de (aanvullende) aangifte, de screenshots van de berichten en de uitgeschreven camerabeelden het volgende. Verdachte heeft aangeefster gebeld, haar berichten gestuurd, haar voicemail ingesproken, contact met derden gezocht – te weten de stiefvader van aangeefster en de receptioniste – en aangeefster thuis opgezocht. Al deze vormen van contact hebben aangeefster ook bereikt. Een aanzienlijk deel van de berichten hebben een dreigende, beledigende en/of intimiderende inhoud. Verder blijkt uit de inhoud van het dossier, waaronder de door verdachte verstuurde WhatsAppberichten en het stopgesprek met de politie, dat verdachte wist dat aangeefster geen contact met hem wilde.
De rechtbank komt gelet op de aard, duur, frequentie en intensiteit van de vastgestelde gedragingen van verdachte en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van aangeefster tot de conclusie dat van 21 mei 2023 tot en met 14 februari 2024 sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. De rechtbank komt hiermee tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit.
Bedreiging
Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging overweegt de rechtbank het volgende. Uit de verklaringen van aangeefster en getuige [getuige 1] volgt dat verdachte op 17 november 2023 telefonisch contact heeft opgenomen met de receptie van de werkgever van aangeefster. Uit de verklaring van [getuige 1] volgt dat verdachte heeft gezegd dat hij naar het bedrijfspand zou komen en iedereen kapot zou stompen. Haar verklaring wordt gesteund door de bevindingen van de politie dat het nummer waarmee is gebeld, gekoppeld kan worden aan de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de gebruikte bewoordingen, ook gezien binnen de context waarin deze zijn geuit, te kwalificeren zijn als bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling van zowel [getuige 1] als aangeefster.
Conclusie
De rechtbank vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Feit 3
Aangeefster heeft verklaard dat zij op enig moment met verdachte in de auto zat. Nadat zij in paniek raakte omdat zij de weg niet wist begon verdachte te schelden en te schreeuwen. Vervolgens gaf verdachte haar een vuistslag in het gezicht. Terwijl aangeefster zocht naar een mogelijkheid om de auto stil te zetten gaf verdachte haar een klap op haar hoofd. Toen aangeefster de auto had stilgezet en de auto wilde verlaten pakte verdachte haar bij haar haren vast. Zij heeft toen met kracht geprobeerd zich los te trekken terwijl verdachte haar haren met één hand vast bleef houden en met de andere hand vuistslagen op haar hoofd gaf. Toen aangeefster zich los wist te trekken voelde zij veel pijn omdat er veel haren uit haar hoofd waren getrokken. Vervolgens is zij, schreeuwend om hulp, weggerend in de richting van een tankstation. Daar is zij bij een jonge vrouw in de auto gestapt. [15]
Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij op 14 oktober 2022 ter hoogte van Alphen aan den Rijn reed. Zij zag een zwarte auto tot stilstand komen en een portier open gaan. Getuige zag een jonge vrouw in paniek de auto verlaten. De vrouw vroeg huilend en schreeuwend om hulp. De vrouw kwam doodsbang over en stapte bij getuige in de auto. Zij schreeuwde dat ze weg moesten rijden. De persoon in de zwarte auto reed met volle snelheid achter hen aan en probeerde hen in te halen. Getuige zag dat toen de vrouw een hand door haar haar haalde er een hele bos haar los kwam. [16] Op 15 oktober 2022 rond 01.00 uur kreeg de politie via de vriend van getuige deze melding binnen. De vrouw vertelde dat zij geslagen was door haar vriend en door hem aan haar haren was getrokken. [17]
Door de raadsman is ter terechtzitting een schriftelijke verklaring van verdachte overgelegd. Uit deze verklaring volgt dat er op enig moment een incident heeft plaatsgevonden toen verdachte met aangeefster in de auto zat. [18] De schriftelijke verklaring van verdachte is aan het dossier toegevoegd.
Mishandeling
De rechtbank overweegt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat er een incident is geweest toen aangeefster en verdachte samen in de auto zaten. Uit de aangifte en de getuigenverklaring volgt dat dit incident in de avond/nacht van 14 op 15 oktober 2022 ter hoogte van Alphen aan den Rijn heeft plaatsgevonden. De verklaring van aangeefster dat zij door verdachte in haar gezicht is geslagen en aan haar haren is getrokken wordt ondersteund door de getuigenverklaring. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zij aangeefster in paniek, in zeer emotionele toestand, uit een auto zag komen en zag dat aangeefster vervolgens om hulp riep. Toen aangeefster naast [getuige 3] in de auto zat zag zij dat er een grote pluk haar bij aangeefster los kwam.
De rechtbank heeft geen reden om aan de verklaring van aangeefster te twijfelen nu haar verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 3] en [getuige 3] aangeefster direct na het incident – in emotionele toestand – heeft gezien. Het verweer van de raadsman wordt daarom verworpen. De rechtbank vindt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van aangeefster.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
1.
hij in
of omstreeksde periode van 21 mei 2023 tot en met 14 februari 2024 te [plaats 1] en/of [plaats 2] ,
althans in Nederland,wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door
- die [slachtoffer 1]
een ofmeermalen (WhatsApp en/of mail)berichten (al dan niet van dreigende, intimiderende en/of beledigende aard) te sturen en
/of
- zich op te houden rondom de woning van die [slachtoffer 1] (gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] ) en/of vervolgens intimiderende en/of beledigende woorden toe te voegen (aan die [slachtoffer 1] en/of haar stiefvader), namelijk onder meer: "Als ze gaat bellen, ga ik nu springen dan gaan ik en jij het nu uitvechten he" en/of "Haal dat ding" en/of "Hou je bek joh kankerhoer" en
/of
- te bellen naar de receptie van de werkgever van die [slachtoffer 1] ( [bedrijf] ) en een of meermalen de woorden aan de receptioniste toe te voegen: "Ik sta binnen 4 minuten bij het bedrijfspand en kom hoe dan ook naar binnen. Of dat nou door het raam moet of met de auto naar binnen. Ik stomp jullie allemaal kapot",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekkingen
/of
-
een ofmeermalen te bellen en/of vervolgens voicemails achter te laten bij die [slachtoffer 1] en
/of
- die [slachtoffer 1] , tijdens het leegruimen van haar appartement (gelegen aan de [adres 3] in [plaats 2] ),
een ofmeermalen aan te spreken, uit te schelden en/of te bedreigen door aan haar de woorden toe te voegen: "Kutwijf" en/of "Kankerhoer" en/of "Kankerwijf" en/of "Met je kankerhoofd" en/of "Nog een keer ik sprint en ik sla je kapot he, kankerhoer", met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2.
hij op
of omstreeks17 november 2023 te [plaats 2] ,
althans in Nederland,[getuige 1] en
/of[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [getuige 1] dreigend (telefonisch) de woorden toe te voegen "Ik sta binnen 4 minuten bij het bedrijfspand en kom hoe dan ook naar binnen. Of dat nou door het raam moet of met de auto naar binnen. Ik stomp jullie allemaal kapot",
althans
woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij in
of omstreeksde periode van 14 oktober 2022 en 15 oktober 2022 te Alphen aan den Rijn,
althans in Nederland,[slachtoffer 1] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 1]
-
eenmaal ofmeermalen in het gezicht te slaan/stompen en
/of
- aan de haren te trekken.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Feiten 1 en 2:
Eendaadse samenloop van
Belaging
en
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling
feit 3:
mishandeling

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met een proeftijd voor de duur van 3 jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van een contact- en locatieverbod, voor de duur van 3 jaren, dadelijk uitvoerbaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte kampt met een broze gezondheid en ontvangt voor zijn medische zorg dagelijks thuishulp. Een werkstraf zou, gelet op zijn gezondheid, niet uitvoerbaar zijn. De raadsman heeft daarom bepleit om aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich gedurende negen maanden schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vriendin. Na de relatiebreuk heeft verdachte langs diverse wegen contact met haar gezocht, door onder meer te bellen, berichten te sturen en naar haar huis te komen, terwijl zij hier niet van gediend was. Een eerder stopgesprek bij de politie heeft hem daarvan niet weerhouden. Hij heeft het slachtoffer ook mishandeld terwijl zij samen in de auto zaten. Tot slot heeft verdachte aangeefster en receptioniste [getuige 1] – werkzaam bij de werkgever van het slachtoffer – bedreigd. Het handelen van verdachte getuigt van gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en hij heeft haar en [getuige 1] vrees aangejaagd.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte van 6 juni 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten en dat hij ten tijde van het plegen van onderhavige feiten nog in een proeftijd liep. Hij heeft zich desondanks niet laten tegenhouden om weer ernstige strafbare feiten te plegen.
Over verdachte is een reclasseringsrapportage opgesteld. Uit deze rapportage van 23 juli 2024 volgt het volgende. Verdachte kampt met gezondheidsproblemen, is volledig afgekeurd en ontvangt een uitkering. Hij ondergaat een intensieve behandeling waarbij de kans op verbetering nihil is. Zijn mobiliteit en functioneren zullen geleidelijk aan slechter worden. Op basis van het delictverleden van verdachte worden structurele problemen gezien op het gebied van agressieregulatie en stalkingproblematiek. Gelet op zijn ontkennende proceshouding en lage responsiviteit wordt een behandeling niet haalbaar geacht. Gelet op het voorgaande heeft de reclassering geadviseerd om een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf lijkt gelet op de gezondheidsproblemen van verdachte niet haalbaar. Verder is geadviseerd om aan verdachte contactverbod en een gebiedsverbod op te leggen voor een periode van 3 jaar. Geadviseerd wordt de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten waarbij hij niet alleen aangeefster maar ook haar familie en collega heeft belast. De rechtbank kan hier niet anders op reageren dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank heeft echter ook oog voor de gezondheidsproblemen waarmee verdachte kampt. Alles afwegende zal zij aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden opleggen. Aan deze voorwaardelijke straf verbindt de rechtbank een proeftijd voor de duur van 3 jaren. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe dat verdachte ervan wordt weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Nu de reclassering geen mogelijkheid ziet tot behandeling en begeleiding zal de rechtbank geen bijzondere voorwaarden aan deze straf verbinden.
Ter voorkoming van strafbare feiten wordt aan verdachte de maatregel tot beperking van de vrijheid voor de duur van 3 jaren opgelegd, inhoudende een gebiedsverbod voor de woon- en werklocatie van aangeefster [slachtoffer 1] – te weten de [adres 2] te [plaats 1] en de [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] in [plaats 2] – en een contactverbod met aangeefster [slachtoffer 1] . Om verdachte ertoe te zetten zich aan dit gebieds- en contactverbod te houden, zal de rechtbank bepalen dat één week hechtenis wordt toegepast voor elke overtreding van het gebieds- of contactverbod. Dadelijke uitvoerbaarheid is een uitzondering op het wettelijke systeem van tenuitvoerlegging van vonnissen. Er zijn geen dringende redenen hiervoor, zodat dit deel wordt afgewezen.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feiten 1, 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 396,10 aan materiële schade en € 5.000,00 aan smartengeld, allebei te vermeerderen met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij – gelet op de bepleite vrijspraak – niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Subsidiair is naar voren gebracht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard nu er geen sprake is van aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Meer subsidiair is naar voren gebracht dat de vordering dient te worden gematigd waarbij ten aanzien van de gevorderde reiskosten geldt dat dit moet worden gezien als proceskosten en dat deel aldus niet kan worden toegewezen.
Overweging van de rechtbank
Materiële kosten
De gevorderde schadeposten bestaan uit het eigen risico (€ 320,17) en de reiskosten
(€ 75,93).
Uit het onderzoek op de terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De schadepost eigen risico is voldoende onderbouwd;. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De reiskosten die zijn gemaakt voor het bezoek aan het advocatenkantoor (à € 39,21), voor het bezoek aan de rechtbank (à € 15,90), voor het bezoek aan de psycholoog (à € 15,48) en voor het bezoek aan het politiebureau (à € 5,34) kunnen worden gezien als schade die rechtstreeks het gevolg is van de bewezenverklaarde feiten en aldus voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank zal deze kosten daarom, niettegenstaande andersluidende rechtspraak, toewijzen.
Smartengeld
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden.
Belaging, bedreiging en mishandeling zijn wel degelijk gedragingen die jegens aangeefster onrechtmatig zijn en die, gezien de vergaande impact op haar privéleven in de omstandigheden van het geval kunnen worden gezien als een aantasting van de persoon anderszins. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, namelijk binnen de relationele sfeer waarbij verdachte ook de familieleden van de benadeelde partij bij zijn handelen heeft betrokken. Ook blijkt uit de overgelegde stukken dat de benadeelde partij onder behandeling is bij een psycholoog. Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en onder verwijzing naar en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, zal de rechtbank de vordering toekennen tot een hoogte van € 2.000,00. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.
Conclusie
De toe te wijzen bedragen zijn dus de volgende:
  • Materiële schade € 396,10
  • Immateriële schade: € 2.000,00
De rechtbank vermeerdert de toegewezen bedragen voor materiële schadevergoeding en smartengeld met de wettelijke rente met ingang van 1 oktober 2023. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/141239-21)

De politierechter heeft verdachte op 11 oktober 2021 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 20 uren.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen.
De raadsman heeft eveneens bepleit dat de vordering dient te worden afgewezen.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging gelet op de gezondheidsklachten van verdachte moet worden afgewezen.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 55, 57, 285, 285b, 300, van het Wetboek van Strafrecht.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden;
 bepaalt dat deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
drie jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 legt een
vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op voor de duur van 3 jaren, inhoudende dat verdachte wordt bevolen:
  • zich niet zal ophouden in de buurt van het woonadres van aangeefster [slachtoffer 1] , te weten de [adres 2] te [plaats 1] , ), gedurende 3 jaren na onherroepelijk worden van het vonnis,
  • zich niet zal ophouden in de buurt van de werklocaties van aangeefster [slachtoffer 1] , te weten de [adres 4] , [adres 5] en [adres 6] in [plaats 2] , ), gedurende 3 jaren na onherroepelijk worden van het vonnis;
  • zich zal onthouden van direct of indirect contact met aangeefster [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 2] 1995), gedurende 3 jaren na onherroepelijk worden van het vonnis;
 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste
1 weekvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;
Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
  • veroordeelt verdachte in verband met de feiten 1, 2 en 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van 396,10 aan materiële schade en € 2.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 396,10 aan materiële schade en
€ 2.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen
33 dagengijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 16/141239-21)
 wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter van 11 oktober 2021 voorwaardelijk opgelegde taakstraf af (parketnummer 16/141239-21).
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.H. Steenweg (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. S.P.H. Brinkman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A.M. Disberg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juli 2025.
mrs. Hovens en Brinkman zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023573237, gesloten op 9 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 9 – 23; het fotoblad (foto 32), p. 121.
3.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 47.
4.Het proces-verbaal ontvangst klacht, p. 26.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 57.
6.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 83 – 88; foto 44, p. 176.
7.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 12 – 13.
8.Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2024, p. 1 – 4.
9.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 73.
10.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 76 – 78.
11.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 11; het proces-verbaal van bevindingen, p. 80.
12.Het proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangeefster [slachtoffer 1] , p. 28 – 29.
13.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 39 – 40.
14.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 198.
15.Het proces-verbaal van [slachtoffer 1] , p. 17 – 18.
16.Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 35 – 36.
17.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 248.
18.De schriftelijke verklaring van verdachte overgelegd ter terechtzitting, p. 4.