Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie 1;
- de mondelinge behandeling van 4 juli 2025;
- de pleitnota van Rona Holding;
- de pleitnota van de Staat.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
Rona Holding vorderde in kort geding de opheffing van conservatoir en klassiek strafrechtelijk beslag op een appartementencomplex dat in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar beleggingsfraude was gelegd. De Staat had het beslag gelegd op grond van artikel 94a en 94 Sv en weigerde medewerking aan opheffing.
De rechtbank oordeelde dat Rona Holding als koper van het complex ontvankelijk was in haar vorderingen, omdat zij geen toegang had tot de strafrechterlijke beklagprocedure. Het spoedeisend belang werd voldoende onderbouwd.
De rechtbank overwoog dat strafrechtelijk beslag primair het belang van de strafvordering dient en dat het belang van de Staat bij het behoud van het beslag zwaarder weegt dan het belang van Rona Holding bij overdracht van het complex. Rona Holding stelde voldoende zekerheid te hebben gesteld, onderbouwd met een taxatierapport en een marktconforme koopprijs. De Staat betoogde dat de koop- en huurovereenkomsten een schijnconstructie vormden om de waarde te drukken en het strafproces te frustreren.
De rechtbank vond dat Rona Holding dit standpunt onvoldoende had weersproken en dat onvoldoende was komen vast te staan dat de koopprijs marktconform was en dat de koopovereenkomst niet nietig was. Daarom werd de vordering afgewezen. Rona Holding werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De vordering van Rona Holding tot opheffing van het strafrechtelijke beslag op het appartementencomplex wordt afgewezen.