De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verkrijgen voor het aanvragen van ID-kaarten voor haar minderjarige kinderen, omdat de vader, met wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefent, geen toestemming verleent en er geen contact is tussen de ouders sinds september 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling is de moeder gehoord, evenals een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming. De vader is niet verschenen en heeft geen standpunt kenbaar gemaakt. De Raad adviseert de moeder toe te wijzen.
De rechtbank overweegt dat het in het belang van de kinderen is dat zij beschikken over geldige identiteitsbewijzen, noodzakelijk voor identificatie bij instanties en inschrijving bij scholen en verenigingen. Gezien het gebrek aan contact en de weigering van de vader, verleent de rechtbank de moeder vervangende toestemming om binnen drie maanden de ID-kaarten aan te vragen.
De beschikking wordt ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.