De minister van Asiel en Migratie legde op 22 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, die tegen het voortduren hiervan beroep instelde. De rechtbank Gelderland toetste deze maatregel reeds tweemaal en beoordeelt nu uitsluitend de rechtmatigheid van het voortduren sinds 13 juni 2025.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, mede omdat de minister niet aan de Ghanese autoriteiten had gemeld dat eiser de Senegalese nationaliteit zou bezitten. De rechtbank oordeelt dat dit niet noodzakelijk was, aangezien de Ghanese autoriteiten hiervan al op de hoogte waren en eiser geen bewijs leverde van zijn Senegalese nationaliteit. De minister voert regelmatig rappelleringen uit bij de Ghanese autoriteiten.
De rechtbank ziet geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.