In november 2016 sloten partijen een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een woning. De woning werd in juli 2018 opgeleverd. In augustus 2020 meldde eiser een lekkage aan het dak, dat was aangelegd door een onderaannemer van gedaagde. Gedaagde voerde herstelwerkzaamheden uit, maar in juli 2023 liet eiser het dak vervangen door een derde.
Eiser vorderde vergoeding van de schade als gevolg van de lekkage en betaling van proceskosten. Gedaagde betwistte tekortkoming en stelde zich op het standpunt dat de garantietermijn van zes maanden was verstreken en dat geen sprake was van een ernstig gebrek dat aansprakelijkheid in stand houdt.
De rechtbank oordeelde dat de garantietermijn van zes maanden na oplevering was verstreken toen de lekkage werd gemeld. Er was geen sprake van een ernstig gebrek dat de constructieve hechtheid of de geschiktheid van de woning aantastte. De woning was sinds oplevering bewoond en geschikt voor gebruik. De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.