ECLI:NL:RBGEL:2025:6163
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen inhouding rijbewijs wegens weigering bloedproef ongegrond verklaard
Op 15 mei 2025 weigerde klager medewerking aan een bloedonderzoek na een verdenking van rijden onder invloed van verdovende middelen in Nijmegen. Naar aanleiding hiervan werd zijn rijbewijs ingevorderd en voor zes maanden onder zich gehouden door de officier van justitie.
Klager maakte bezwaar tegen de inhouding van zijn rijbewijs, stellende dat de speekseltest onzorgvuldig was uitgevoerd en dat hij onheus was behandeld. Daarnaast voerde hij aan dat hij mantelzorger is voor zijn moeder en het rijbewijs nodig heeft voor sollicitaties.
De rechtbank oordeelde dat de inhouding rechtmatig was. De politie had een redelijk vermoeden van rijden onder invloed van cannabis, ondersteund door een tweede speekseltest en waarnemingen. Klager had bewust geweigerd mee te werken aan het bloedonderzoek, ondanks duidelijke waarschuwingen.
De persoonlijke omstandigheden van klager werden niet aannemelijk gemaakt met objectieve stukken en konden het algemeen belang en de verkeersveiligheid niet overstijgen. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beklag tegen de inhouding van het rijbewijs wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs blijft voor zes maanden onder zich gehouden.