Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Gelderland
Eiseres heeft aan gedaagde een bedrag van € 9.000,00 overgemaakt. De kern van het geschil is of dit bedrag een lening of een investering betreft. De kantonrechter concludeert op basis van WhatsApp-berichten en erkenning van gedaagde dat sprake is van een lening.
Er is geen terugbetaaltermijn overeengekomen, waardoor de vordering opeisbaar is geworden zes weken na ingebrekestelling op 14 maart 2024, dus op 26 april 2024. Omdat gedaagde niet heeft betaald, is hij in verzuim en moet hij wettelijke rente betalen vanaf die datum.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens ontbreken van een correcte aanmaning. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het geleende bedrag, de rente en proceskosten van € 900,00. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 9.000,00 met wettelijke rente en proceskosten.