ECLI:NL:RBGEL:2025:660
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Betaling huurpenningen en boete geweigerd wegens ontbreken verlenging huurovereenkomst weide
Partijen zijn medio april 2022 in overleg getreden over de verhuur van een perceel weidegrond. Eiser stuurde een concept-huurovereenkomst, waarop gedaagde borg en huur betaalde, maar stuurde de overeenkomst niet getekend terug. De huurpenningen werden betaald tot en met december 2022.
Eiser vordert betaling van achterstallige huur vanaf januari 2023, ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het perceel, en betaling van een boete wegens niet-naleving. Gedaagde betwist het bestaan van een overeenkomst en voert onder meer dwaling aan vanwege een dassenburcht op het perceel.
De kantonrechter oordeelt dat een huurovereenkomst tot stand is gekomen omdat partijen overeenstemming bereikten over de essentiële punten en uitvoering aan de overeenkomst is gegeven. De opschorting en opzegging door gedaagde zijn onvoldoende onderbouwd en het dwalingsverweer faalt wegens gebrek aan bewijs dat eiser op de hoogte was van de dassenburcht.
De huurovereenkomst is niet verlengd na de initiële periode van een jaar, omdat geen overleg over verlenging heeft plaatsgevonden. Daarom is gedaagde slechts huur verschuldigd tot 1 mei 2023. De gevorderde boete wordt afgewezen omdat hierover geen overeenstemming bestond. De ontruiming wordt geweigerd vanwege onvoldoende bewijs dat de aanwezige materialen eigendom van gedaagde zijn. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde moet € 600,00 huur betalen; overige vorderingen worden afgewezen.