ECLI:NL:RBGEL:2025:6651
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs mensensmokkel bij vervoer binnen Nederland
Op 23 april 2024 werd verdachte aangehouden nadat zij een man zonder verblijfsdocument vervoerde van de ene naar de andere plaats binnen Nederland. Verdachte werd beschuldigd van mensensmokkel, omdat zij zou hebben geweten of vermoed dat de doorreis wederrechtelijk was.
De officier van justitie stelde dat verdachte door haar kennis van de vergewisplicht en eerdere contacten met de man wist van zijn illegale verblijf. Verdachte ontkende hem te kennen en verklaarde dat zij hem toevallig had meegenomen. De man verklaarde eveneens dat hij verdachte niet kende en al jaren illegaal in Nederland verbleef.
De rechtbank overwoog dat voor het strafbare feit van mensensmokkel vereist is dat sprake is van grensoverschrijding gevolgd door doorreis. Aangezien de man al jaren in Nederland verbleef en geen intentie had het land te verlaten, was er geen sprake van een wederrechtelijke doorreis. Ook was niet vastgesteld dat verdachte wist of moest vermoeden dat de doorreis illegaal was.
Daarom kon niet bewezen worden dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mensensmokkel. De rechtbank sprak haar vrij van het tenlastegelegde.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 4 augustus 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor wetenschap of behoren te weten van wederrechtelijke doorreis.