ECLI:NL:RBGEL:2025:6801
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling man tot medewerking aan overname hypotheekrente door vrouw
In deze kortgedingprocedure vordert de vrouw dat de man meewerkt aan de overname van de hypotheekrente/faciliteit behorende bij hun voormalige gezamenlijke woning. De vrouw moet vóór 15 oktober 2025 gebruik maken van een verhuisregeling van ASR, wat het spoedeisend belang onderstreept.
De voorzieningenrechter stelt vast dat niet is komen vast te staan dat de vrouw zonder noodzaak heeft geweigerd mee te werken aan het verkrijgen van een overbruggingshypotheek door de man. Partijen hebben hierover tegenstrijdige verklaringen afgelegd en het kort geding leent zich niet voor nadere bewijslevering. De man heeft erkend dat hij de vrouw niet heeft geïnformeerd over zijn mogelijke gebruik van de verhuisregeling bij aankoop van zijn woning.
De man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij nog een belang heeft bij het onderzoeken van zijn eigen recht op de verhuisregeling. Het belang van de vrouw om spoedig woonruimte te vinden en gebruik te maken van de regeling weegt zwaarder. Gezien de verstoorde verstandhouding acht de voorzieningenrechter een prikkel tot nakoming noodzakelijk en legt een beperkte dwangsom op.
De vordering van de vrouw wordt toegewezen, terwijl de reconventionele geldvordering van de man wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en lopende bodemprocedure. De kosten worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de hypotheekovername en een dwangsom opgelegd bij niet-naleving.