In deze kort gedingprocedure vordert eiser de teruggave van zijn eigendommen die zonder recht door gedaagde worden vastgehouden. Gedaagde stelt een retentierecht te hebben wegens niet betaalde stallingskosten en betwist de eigendom van enkele goederen.
De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een huurovereenkomst of bewaarneming, maar van een bruikleenovereenkomst zonder vergoeding. Hierdoor ontbreekt een opeisbare vordering en daarmee de grondslag voor een retentierecht. Gedaagde wordt veroordeeld de erkende goederen binnen 24 uur terug te geven, onder oplegging van een dwangsom.
De vordering van gedaagde tot teruggave van granieten stenen en vergoeding voor materialen en werkzaamheden wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van koopovereenkomst en aannemelijkheid van schenking. Proceskosten worden gecompenseerd in conventie en aan gedaagde opgelegd in reconventie.