ECLI:NL:RBGEL:2025:6859
Rechtbank Gelderland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening exclusief gebruik huurwoning na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie van april 2020 tot oktober 2024 en zijn samen hoofdhuurders van een woning. Na beëindiging van hun relatie verliet de vrouw met hun kind de woning vanwege verslechterde verhoudingen. Zij vordert in kort geding dat zij tijdelijk alleen het huurrecht krijgt en dat de man de woning verlaat.
De kantonrechter overweegt dat beide partijen belang hebben bij de woning, maar dat het belang van de vrouw zwaarder weegt vanwege het gezamenlijke gezag over het kind en diens welzijn, mede gelet op de huidige woonsituatie bij de moeder van de vrouw. De man heeft geen geschikte alternatieve woonruimte, maar kan gebruik maken van het Omgangshuis voor contact met het kind.
De vordering tot uitschrijving van de man uit het BRP wordt afgewezen omdat het voorlopig gebruiksrecht niet gelijkstaat aan definitief huurrecht. De kantonrechter legt een dwangsom op voor het geval de man niet binnen zeven dagen de woning verlaat. De kosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet binnen zeven dagen de woning verlaten en de vrouw krijgt voorlopig het exclusieve gebruik van de huurwoning.