Eisers, houders van een verzuimverzekering bij Achmea, werden door Achmea geregistreerd in het interne informatiesysteem (IVR) en het Extern Verwijzingsregister (EVR) wegens fraude. Achmea stelde dat eisers onjuiste informatie hadden verstrekt over de indiensttreding en ziekmelding van werknemers, waardoor zij onterecht vergoedingen ontvingen.
Eisers betwistten opzet en fraude, stellende dat fouten voortkwamen uit onwetendheid en haast. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een opeenstapeling van onjuiste meldingen, waaronder het te laat aanmelden van werknemers en het onjuist doorgeven van ziektedagen. Dit leidde tot onterechte vergoeding. De rechtbank oordeelde dat de fraude-definitie en het vereiste van opzet waren vervuld.
De proportionaliteit van de registratie in het EVR werd beoordeeld. Hoewel eisers de financiële impact aannemelijk maakten, woog het belang van Achmea en de verzekeringssector zwaarder. De termijn van drie jaar registratie werd niet verkort. Eisers werden tevens veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen tot verwijdering van gegevens uit IVR en EVR werden afgewezen.