Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
3.
[gedaagde sub 3],
4.
[gedaagde sub 4],
5.
[gedaagde sub 5],
Rechtbank Gelderland
Eiseres vordert in een civiele procedure betreffende erfopvolging tegen meerdere gedaagden, waarvan drie in het buitenland woonachtig zijn. De rechtbank onderzoekt ambtshalve haar bevoegdheid en het toepasselijke recht op grond van de Erfrechtverordening (EU) nr. 650/2012. De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing.
De dagvaarding is betekend aan buitenlandse gedaagden via het parket van het arrondissement Oost-Nederland, conform het Haags Betekeningsverdrag 1965. Echter is geen verklaring overgelegd waaruit blijkt dat de centrale autoriteit van Turkije de betekening heeft bevestigd, zoals vereist volgens het Verdrag. Gedaagden zijn niet verschenen, en de rechtbank kan niet vaststellen of de betekening rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.
De rechtbank overweegt dat zonder bewijs van correcte betekening de zaak niet kan worden voortgezet. Eiseres krijgt de gelegenheid stukken te overleggen die voldoen aan de vereisten van artikel 15 lid 1 van Pro het Verdrag of zich uit te laten over artikel 15 lid Pro 2. Aangezien het een ondeelbare rechtsverhouding betreft, kan de uitspraak pas worden gegeven als alle betrokkenen partij zijn. De zaak wordt aangehouden tot 10 september 2025 voor nadere stukken en verdere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden tot 10 september 2025 voor nadere stukken over de rechtsgeldige betekening aan buitenlandse gedaagden.