ECLI:NL:RBGEL:2025:7169
Rechtbank Gelderland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing van executie vonnis in executiegeschil
In deze zaak vordert eiser de schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis totdat het hoger beroep is beslist. Het geschil betreft executoriaal beslag op de woning en AOW-uitkering van eiser.
De voorzieningenrechter hanteert het toetsingskader dat een veroordeling uitvoerbaar is, tenzij het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij uitvoerbaarheid. Eiser stelt dat het vonnis kennelijke misslagen bevat, maar de rechter oordeelt dat deze niet evident zijn en dat nieuwe stukken in hoger beroep geen kennelijke misslag vormen.
Bij de belangenafweging blijkt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de executie acuut in financiële problemen komt. Zijn pensioen en het inkomen van zijn echtgenote bieden mogelijkheden om de lasten te dragen. Ook is onvoldoende onderbouwd dat verkoop van de woning onvermijdelijk is of dat gezondheidsproblemen hem binden aan de woning.
Gedaagde heeft een zwaarwegend belang bij executie vanwege zijn leeftijd en het belang om betaling te ontvangen. De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van gedaagde zwaarder weegt en wijst de vordering tot schorsing af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie van het vonnis wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.