De Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NVOW) vorderde in kort geding een verbod op vergunningverlening of uitstel van besluitvorming met betrekking tot het windpark Echteld-Lienden. Dit windpark, met een vermogen van circa 43-49 MWh verdeeld over zeven turbines, is voorzien in de RES-regio Fruitdelta Rivierenland. De definitieve besluitvorming door gedeputeerde staten stond gepland voor begin september 2025.
De voorzieningenrechter oordeelde dat NVOW spoedeisend belang had, maar dat de vorderingen voorbarig waren omdat het projectbesluit nog niet was genomen en het ontwerpprojectbesluit niet was overgelegd. De civiele rechter achtte zich bevoegd vanwege de grondslag van onrechtmatige daad, maar vond dat de vraag over de bevoegdheid van de provincie om het projectbesluit te nemen in de bestuursrechtelijke procedure moet worden behandeld.
NVOW stelde dat de provincie niet bevoegd was omdat de landelijke RES-doelstelling van 35 TWh al was behaald en dat de provincie voorbijging aan de wens van de gemeente Buren. De voorzieningenrechter verwierp dit en benadrukte dat NVOW haar argumenten in de bestuursrechtelijke procedure kan aanvoeren, waar ook voorlopige voorzieningen kunnen worden gevraagd. Er was geen noodzaak voor aanvullende rechtsbescherming via de civiele rechter.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en veroordeelde NVOW in de proceskosten. Het vonnis werd mondeling uitgesproken door voorzieningenrechter D.T. Boks op 28 augustus 2025.