Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025,
- de pleitnota van LS Beheer,
- de pleitnota van TCS.
Rechtbank Gelderland
LS Beheer vordert betaling van achterstallige managementvergoeding en vergoeding over de opzegtermijn van drie maanden na beëindiging van een managementovereenkomst met TCS. De kern van het geschil betreft de vraag of LS Beheer de overeenkomst heeft opgezegd met inachtneming van de contractuele opzegtermijn.
De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken en gesprekken niet zonder meer kan worden afgeleid dat LS Beheer aanspraak kan maken op de vergoeding over de opzegtermijn. Er is onvoldoende aannemelijk geworden dat werkzaamheden na 1 juni 2025 zijn verricht en dat de opzegtermijn is gerespecteerd. De omstandigheden en verklaringen van partijen zijn tegenstrijdig, waardoor nadere bewijslevering noodzakelijk is.
Daarnaast is niet aannemelijk dat LS Beheer een spoedeisend belang heeft bij een onmiddellijke voorziening, mede omdat de managementvergoeding niet zonder meer gelijk te stellen is met loon en LS Beheer over andere inkomsten beschikt. De vorderingen worden daarom afgewezen en LS Beheer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van LS Beheer tot betaling van managementvergoeding worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en ontbreken van spoedeisend belang.