ECLI:NL:RBGEL:2025:7749
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning verbouwing pand tot kantoor en appartementen
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre. De vergunning betreft het verbouwen van een pand tot kantoor op de begane grond met twee appartementen op de verdieping. Eiser betwist de vergunning en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder onvoldoende motivering van het besluit op bezwaar, onvoldoende onderzoek naar gevolgen voor de woon- en leefomgeving, en onvoldoende parkeergelegenheid.
De rechtbank overweegt dat het college de beslissing op bezwaar voldoende heeft gemotiveerd door te verwijzen naar het advies van de commissie bezwaarschriften, wat conform de Awb toereikend is. Daarnaast is de ruimtelijke onderbouwing van de vergunning uitgebreid en sluit deze aan bij het toetsingskader van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gevolgen voor de woon- en leefomgeving zijn onderzocht, waarbij aspecten als geur, geluid, mobiliteit en parkeren zijn meegewogen. Eiser heeft onvoldoende feiten of rapporten aangeleverd om de bevindingen te betwisten.
Ook de aangevoerde overlast door feesten en bezette parkeerplaatsen ziet niet op de vergunde activiteiten en valt buiten de toetsing van deze procedure. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat door het gebruik conform de vergunning. Ten aanzien van parkeren blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing dat het aantal parkeerplaatsen toereikend is en de parkeerdruk afneemt ten opzichte van de oude situatie.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiser krijgt het griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Harten en griffier M.H. Dijkman. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.