ECLI:NL:RBGEL:2025:7818

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
255036.22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging, bedreiging en voorhanden hebben van een vuurwapen

Op 11 september 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in Zutphen uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die betrokken was bij een gewelddadig voorval op 6 oktober 2022. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden voor poging tot doodslag, nadat hij met een vuurwapen had geschoten in de richting van een groep mannen die hem belaagden. Daarnaast werden twee medeverdachten veroordeeld tot taakstraffen van 180 en 144 uur voor openlijk geweld, bedreiging en het beschikken over een gaspistool. De rechtbank oordeelde dat de verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk geweld hadden gepleegd, waarbij de verdachte ook een bijdrage had geleverd door te kijken of de bewoners thuis waren. De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de gepleegde geweldshandelingen en dat hij het gaspistool voorhanden had. De rechtbank legde een taakstraf van 144 uren op, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. De benadeelde partijen, die schadevergoeding vorderden, werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, omdat de rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor de immateriële schade die zij hadden geleden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.255036.22
Datum uitspraak : 11 september 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. J.C.R. Gijsen, advocaat in Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, openlijk, in de straat [straatnaam] ter hoogte van nummer [huisnummer] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer goed(eren), te weten een (beveiligings)camera, door meermalen, althans eenmaal met een of meerdere stalen en/of houten honkbalknuppel(s) tegen/op deze camera te slaan en/of deze camera van diens bevestiging op de muur af te breken en/of te forceren, en/of een personenauto, door een groencontainer tegen dit voertuig aan te gooien/duwen/forceren;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, een of meer goed(eren), te weten een (beveiligings)camera, in elk geval enig goed, en/of een personenauto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- gezamenlijk naar de woning van voornoemde persoon/personen te gaan,
- hen een of meer honkbalknuppel(s) te tonen en/of hiermee (met dreigende houding) op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] af te lopen/rennen, en/of
- hierbij een camera te vernielen met deze knuppel(s), en/of
- door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen “hier komen jij, blijven staan” en/of “staan blijven kankerlijer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (inclusief patroonhouder) van het merk Retay, type/model 92 van het kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten, 12 patronen van het kaliber UMA 9. P.A.knal, voorhanden heeft gehad.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair en de feiten 2 en 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal wordt vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 1 liep verdachte weg op het moment dat de camera werd vernield. Daaruit kan worden afgeleid dat verdachte expliciet niet instemde met de vernieling en daaraan geen bijdrage wilde leveren, noch daarbij een getalsmatige versterking wilde zijn. Daarmee was geen sprake van medeplegen.
Ten aanzien van feit 2 heeft verdachte geen wezenlijke bijdrage geleverd. De enkele
omstandigheid dat verdachte bij de woning van aangevers was, is onvoldoende voor een bewezenverklaring van bedreiging. Voor het bedreigen van aangevers was geen plan gemaakt waar verdachte van op de hoogte moest zijn geraakt, noch heeft hij daaraan een materiële bijdrage geleverd door aanwezig te zijn en kan uit de aanwezigheid onmogelijk een redelijke vrees zijn ontstaan bij aangevers.
Ten aanzien van feit 3 heeft verdachte geen vuurwapen voorhanden gehad, ook niet in de vorm van medeplegen. Verdachte wist niet dat er een wapen gehaald ging worden en niet valt vast te stellen dat verdachte wist dat het vuurwapen in de auto lag. Ook wist verdachte niet dat het om een echt vuurwapen ging. Ten hoogste kan worden vastgesteld dat verdachte het wapen kort vast heeft gehad. Dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring.
De beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
De rechtbank merkt allereerst op dat zij zich ervan bewust is dat er achterliggende conflicten tussen [slachtoffer 1] en de medeverdachten spelen, waar de rechtbank onvolledig zicht op heeft gekregen. De rechtbank zal daarom in haar beoordeling alle verklaringen met de nodige behoedzaamheid beoordelen.
Aangever [slachtoffer 1] , wonende aan het [straatnaam] [huisnummer] in [plaats] , heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2022 rond 00.15 uur in bed lag toen hij buiten geluid hoorde. Twee jongens waren bezig om de camera die zich aan de voorzijde, links naast de voordeur bevond, eraf te slaan. Aangever liep samen met zijn vader naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Toen aangever naar buiten ging zag hij [medeverdachte 1]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )staan. Hij zag dat [medeverdachte 1] op hem af kwam lopen met een stalen honkbalknuppel in zijn handen ter hoogte van zijn gezicht. Hij zag dat achter [medeverdachte 1] een Roemeen of Joegoslaviër in zijn richting kwam rennen met iets in zijn hand. [2]
Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2022 rond 00.40 uur buiten zijn woning lawaai hoorde, waarna hij naar buiten ging. Hij zag dat de camera boven de voordeur kapot was geslagen. Hierna kwam zijn zoon [slachtoffer 1] vanuit de woning naar buiten lopen. Hij zag dat twee mannen honkbalknuppels bij zich hadden. [3] Aangever zag dat één iemand met een knuppel in zijn hand op hem af kwam.. [4]
Op de beelden van de camera bij de voordeur is te zien dat op 6 oktober 2022 om 00.37 uur een persoon op de oprit van het [straatnaam] [huisnummer] in [plaats] loopt met een voorwerp in zijn hand, lijkend op een knuppel. Te zien is dat er nog een persoon komt aanlopen op dezelfde oprit. Om 00.38 uur komt er een knuppel in beeld. De knuppel wordt een paar keer met kracht richting de camera gebracht, waarna het camerabeeld volledig verandert. [5]
Verdachte heeft verklaard dat hij op 5 oktober 2022 in de middag samen met [medeverdachte 1]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )bij [medeverdachte 2]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] )was. [medeverdachte 2] vertelde dat ze al een week of twee of drie problemen hadden met een aantal mensen. Verdachte zag dat er een zwarte Volkswagen Golf voor de deur stopte bij [medeverdachte 2] en dat die toen vol gas weer wegreed. Dat herhaalde zich een aantal keren. Verdachte vroeg of er problemen waren. Toen vertelden ze dat er een pedofiel was waarop ze jaagden.
Later ging verdachte naar de [restaurant] . [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en een donkere jongen kwamen erbij. Daarna zijn zij met z’n vieren naar een bekende van hun gegaan, [medeverdachte 4]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4] ). Rond 22.00 uur zei verdachte dat hij nog langs de camping wilde. Verdachte stapte bij [medeverdachte 1] in de Volkswagen Golf. De andere drie stapten in de witte kleine auto. Ze reden rechtstreeks naar de camping. Na de camping zijn zij naar het huis gereden waar het gebeurde. [medeverdachte 1] reed de straat in waar die mensen wonen en parkeerde de auto. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en de donkere jongen stonden vrij snel bij hen. Ze stonden toen met z’n vijven in de straat. Iemand vroeg aan verdachte of hij kon zien of die mensen thuis waren. Verdachte gebruikte een container om over de schutting te kijken, maar die viel om. Hij zag vervolgens dat [medeverdachte 2] op een muurtje klom om de camera eraf te slopen. Verdachte is toen weggelopen richting het park, waar [medeverdachte 4] en de donkere jongen stonden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stonden nog bij de woning.
Verdachte zag, voordat zij naar de camping gingen, dat in de kofferbak van [medeverdachte 1] een houten en metalen honkbalknuppel lag. Later op de camping had [medeverdachte 1] een honkbalknuppel in zijn jas. [6] Verdachte heeft ook verklaard dat hij mee is gegaan om verhaal te halen. [7]
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij rond 12.00 uur bij [medeverdachte 2] was toen [slachtoffer 1] samen met zijn vader langs kwamen rijden. Ze stopten even voor de deur, bleven hen een paar tellen intimiderend aankijken en vervolgens reden ze vol gas weg. Medeverdachte [medeverdachte 1] moest nog werken, dus is weg gegaan. Op zijn werk kreeg hij een bericht van [medeverdachte 2] dat ze weer waren langsgereden. Hij en [medeverdachte 2] wilden duidelijk maken dat zij daar niet meer in de buurt moesten komen. Zij zijn toen erheen gereden. Ze zagen [slachtoffer 1] buiten en zij zijn toen naar hem toe gelopen. [8] Hij heeft verklaard dat hij een knuppel bij zich had. [9]
Openlijke geweldpleging
De rechtbank is van oordeel, op grond van wat hiervoor is overwogen, dat wat zich heeft afgespeeld op de oprit van de woning in [plaats] kan worden aangemerkt als openlijk, omdat dit op of aan de openbare weg heeft plaatsgevonden.
De rechtbank overweegt verder dat voor een bewezenverklaring van het plegen van openlijk geweld niet is vereist dat elk van de deelnemers zich schuldig heeft gemaakt aan alle onderdelen van de tenlastelegging. Van het in vereniging plegen van geweld is sprake, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het toegepaste geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van fysiek gewelddadige aard hoeft te zijn. Er moet dan wel sprake zijn van gedragingen die het geweld hebben bevorderd. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die 'in vereniging' geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.
Verdachte hoorde van medeverdachte [medeverdachte 2] , nadat [slachtoffer 1] een paar keer provocerend langsreed, dat [slachtoffer 1] een pedofiel was waarop zij joegen. Verdachte is die dag in de auto gestapt bij medeverdachte [medeverdachte 1] en zag in die auto honkbalknuppels liggen. Later zag hij dat [medeverdachte 1] een honkbalknuppel in zijn jas had zitten. Vervolgens is verdachte midden in de nacht met de medeverdachten naar de straat van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gegaan om, naar eigen zeggen, verhaal te halen. Aan verdachte werd gevraagd om te kijken of de bewoners thuis waren. Verdachte is toen op een afvalcontainer geklommen en heeft geprobeerd over de schutting te kijken. De afvalcontainer is toen omgevallen. Medeverdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] liepen met honkbalknuppels de oprit van de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op, waarna medeverdachte [medeverdachte 2] de beveiligingscamera kapot heeft geslagen met een honkbalknuppel. Verdachte is toen weggelopen.
Verdachte heeft door zijn aanwezigheid niet alleen de groep versterkt, ook heeft hij een bijdrage geleverd door over de schutting proberen te kijken of de bewoners thuis waren. Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn toen met honkbalknuppels het erf op gelopen. Hiermee hebben zij als groep geacteerd.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook voorwaardelijk opzet heeft gehad op de door de groep gepleegde geweldshandelingen. Verdachte heeft namelijk verklaard dat zij verhaal gingen halen en hij wist dat medeverdachte [medeverdachte 1] die dag in het bezit was van twee honkbalknuppels, waarvan hij er één bij zich droeg. Ook is onderling besproken dat [slachtoffer 1] een pedofiel was op wie zij op joegen.
Onder deze omstandigheden bestond de aanmerkelijke kans dat de groep geweld tegen goederen en/of personen zou plegen. Verdachte heeft door mee te gaan naar de woning deze aanmerkelijke kans bewust aanvaard. Het door de raadsman gevoerde verweer dat uit het weglopen van verdachte kan worden afgeleid dat hij niet expliciet instemde met de vernieling doet daar, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niets aan af.
De rechtbank acht de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging tegen goederen bewezen.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte opzettelijk de container tegen de auto heeft ‘geduwd’ of ‘gegooid’. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.
Medeplegen van bedreiging
De rechtbank acht het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van bedreiging ook bewezen. Verdachte en medeverdachten zijn midden in de nacht samen naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gegaan om verhaal te halen. Een medeverdachte heeft vervolgens de beveiligingscamera die aan de woning hing met een knuppel vernield, waarna twee van hen met een honkbalknuppel in de hand op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn afgelopen. Door deze handelingen kon bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] de redelijke vrees ontstaan dat verdachten geweld zouden gebruiken, als gevolg waarvan zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de bedreiging, zoals hierboven overwogen, door het vernielen van de beveiligingscamera en het tonen van de honkbalknuppels en daarmee dreigend op de bewoners af te lopen. Door midden in de nacht naar de woning van degene te gaan met wie een conflict is om daar verhaal te halen, bestaat namelijk de aanmerkelijke kans dat de bewoner gaat kijken wat er op zijn oprit aan de hand is en dat de medeverdachten vernielingen aanbrengen met die honkbalknuppels en daarmee jegens die bewoner zullen dreigen. Verdachte heeft door met de medeverdachten mee te gaan naar die woning die aanmerkelijke kans bewust aanvaard. Dat verdachte daarvoor al was weggelopen doet daar niets aan af. De rechtbank leidt uit het plan om naar de woning te gaan om verhaal te halen af dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte en/of zijn medeverdachten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] woordelijk hebben bedreigd. Dit blijkt namelijk alleen uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Voor dit deel van de verklaringen bevindt zich in het dossier geen steunbewijs. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel in de tenlastelegging vrij.
Feit 3
Op 6 oktober 2022 omstreeks 01.31 uur zat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in een Volkswagen Up. [10] Onder de bestuurdersstoel werd een vuurwapen aangetroffen. Het vuurwapen betrof een gaspistool van het merk Retay, model 92, van het kaliber 9 mm knal. Het vuurwapen had een bijpassend patroonmagazijn en knalpatronen. Dit gaspistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 in verband met artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. 12 knalpatronen waren van het kaliber 9 mm knal. De patroonhouder werd veiliggesteld. [11] Uit vergelijkend DNA-onderzoek bleek dat het zeer veel waarschijnlijker is dat de bemonstering van de patroonhouder het DNA van verdachte en twee onbekenden bevat dan van drie onbekende personen. [12]
Verdachte heeft verklaard dat zij, nadat ze bij de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren geweest, naar een garagebox gingen. [medeverdachte 4]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4] )pakte twee gaspistolen uit de garagebox, een zwarte en een grijze. Hij zag dat [medeverdachte 4] patronen in die wapens deed. Daarna stapte verdachte bij [medeverdachte 1] in de auto en reden zij naar het huis van [medeverdachte 2] . Ze kwamen daar samen met de rest aan. [medeverdachte 1] zei dat ze
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] )nu zijn auto kenden, omdat hij gezien was. Dus na het parkeren stapten verdachte en [medeverdachte 1] in de kleine witte auto, waar de donkere jongen achter het stuur zat en [medeverdachte 2] ernaast. Verdachte ging rechts achterin zitten en [medeverdachte 1] links achterin. [13]
Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft verklaard dat zij na het incident aan het [straatnaam] met beide auto’s naar zijn garagebox zijn gegaan en dat hij daar een zwart alarmpistool aan [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: verdachte)heeft gegeven, omdat [verdachte] hartstikke bang was en niet wist of die gasten achter hem aan zouden komen. Verdachte [medeverdachte 4] verklaarde dat hijzelf het magazijn met patronen vulde voordat hij het wapen aan [verdachte] gaf. [14]
Voorhanden
In bijzondere gevallen volstaat de enkele mogelijkheid tot het uitoefenen van feitelijke macht over het wapen niet voor het oordeel dat verdachte dat wapen voorhanden had. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand onverhoeds of ongewild kortstondig een wapen van een ander in handen krijgt of wanneer iemand onverwacht kennis krijgt van de aanwezigheid in zijn nabijheid van een wapen van een ander, terwijl hij redelijkerwijs daarvan niet direct afstand kan nemen.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte het vuurwapen met daarin knalpatronen had aangenomen omdat hij bang was en dacht dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] mogelijk achter hem aan zouden komen. Hij heeft dit wapen eerst meegenomen in de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] en vervolgens in de Volkswagen Up. De rechtbank is daarmee van oordeel dat verdachte doelbewust het wapen mee had genomen, en dus niet onverhoeds of ongewild kortstondig in handen kreeg.
Verder heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte niet wist dat het een echt vuurwapen betrof. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk. Uit het dossier blijkt namelijk dat verdachte en medeverdachten zijn beschoten door een van de bewoners van het [straatnaam] [huisnummer] . Dat zij zich daarna zijn gaan bewapenen met een nep vuurwapen waarmee zij zichzelf niet zouden kunnen verdedigen acht de rechtbank onaannemelijk. Daar komt bij dat – in het bijzijn van verdachte – het magazijn is gevuld met patronen, voordat verdachte het wapen in handen kreeg. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte wist dat dit een vuurwapen betrof.
Medeplegen
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast. Na de openlijke geweldpleging en bedreiging is verdachte samen met de medeverdachten naar de garagebox van medeverdachte [medeverdachte 4] gegaan. [medeverdachte 4] heeft toen een vuurwapen, een gaspistool, met daarin knalpatronen aan verdachte gegeven, omdat verdachte bang was en niet wist of [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] achter hem aan zouden komen. Verdachte is toen samen met medeverdachte [medeverdachte 1] naar het huis van medeverdachte [medeverdachte 2] gereden, waar zij achterin de witte Volkswagen Up gingen zitten, omdat de auto van medeverdachte [medeverdachte 1] bekend was bij de mensen van het incident eerder die nacht. In de Volkswagen Up werd omstreeks 01.31 uur het vuurwapen onder de bestuurdersstoel aangetroffen. Op de patroonhouder van dat vuurwapen zat het DNA van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat naar de uiterlijke verschijningsvorm de groep van verdachte zichzelf heeft bewapend voor het geval [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hen na de openlijke geweldpleging en bedreiging die nacht zouden komen opzoeken. Verdachte en zijn medeverdachten zijn namelijk gezamenlijk naar de garagebox gegaan, waar verdachte het vuurwapen kreeg en meenam. Nadat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] de Volkswagen Golf hadden geparkeerd, omdat deze waarschijnlijk was gezien door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zijn zij, inclusief het vuurwapen, bij de anderen in de Volkswagen Up gestapt. Zij hebben zich dus als groep bewapend tegen eventuele represailles. Aldus is sprake van medeplegen.
De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en 12 knalpatronen dan ook bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats] ,
althans in Nederland,openlijk, in de straat [straatnaam] ter hoogte van nummer [huisnummer] ,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een
of meergoed
(eren), te weten een
(beveiligings
)camera, door meermalen,
althans eenmaalmet een
of meerdere stalen en/of houten(honkbal
)knuppel
(s)tegen/op deze camera te slaan
en/of deze camera van diens bevestiging op de muur af te breken en/of te forceren, en/of een personenauto, door een groencontainer tegen dit voertuig aan te gooien/duwen/forceren;
2
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,[slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 1] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ofmet zware mishandeling, door
- gezamenlijk naar de woning van voornoemde
persoon/personen te gaan,
- hen
een of meer(honkbal
)knuppel
(s
)te tonen en
/ofhiermee
(met dreigende houding)op die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] af te lopen
/rennen, en
/of- hierbij een camera te vernielen met deze knuppel(s)
, en/of- door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen “hier komen jij, blijven staan” en/of “staan blijven kankerlijer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (inclusief patroonhouder) van het merk Retay, type/model 92 van het kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool, en
/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten, 12 patronen van het kaliber
UMA9
mm. P.A.knal, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, primair:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
feit 2:
medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
feit 3:
medeplegen van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd, gelet op de bepleite vrijspraak.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, medeplegen van bedreiging en medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie. Tussen de medeverdachten en de slachtoffers speelde een conflict. Verdachte is samen met zijn medeverdachten naar het huis van de slachtoffers gegaan, om verhaal te halen. Daar hebben zij met honkbalknuppels de beveiligingscamera vernield en de slachtoffers bedreigd. Daarna zijn verdachte en zijn medeverdachten naar een garagebox gereden en hebben zich daar bewapend met een vuurwapen.
De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij welbewust is meegegaan naar de woning van de slachtoffers om daar verhaal te gaan halen. Met het plegen van de openlijke geweldpleging heeft verdachte getoond geen enkel respect te hebben voor andermans eigendom. Ook hebben de verdachten de slachtoffers ernstige vrees aangejaagd door hen midden in de nacht bij hun woning te bedreigen. Daarbij is het illegaal voorhanden hebben van een vuurwapen een ernstig delict waartegen streng wordt opgetreden, mede gelet op het gevaar en de dreiging die van dergelijke wapens uitgaat en het steeds verder toenemende bezit en gebruik daarvan. Door dit soort feiten worden de gevoelens van onveiligheid in de samenleving versterkt.
De reclassering adviseert in haar rapport van 5 november 2024 een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheid ziet in het opleggen van toezicht of interventies.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waaruit volgt dat voor openlijk geweld tegen goederen en bedreiging per delict een taakstraf van 60 uren en voor het voorhanden hebben van een vuurwapen een gevangenisstraf van 1 maand het uitgangspunt is. De rechtbank houdt er in strafmatigende zin rekening mee dat verdachte zelf geen geweldshandelingen heeft verricht.
Gelet op het tijdsverloop is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf niet meer aan de orde is. Alles overwegend acht de rechtbank een taakstraf van 160 uren passend en geboden.
De rechtbank constateert dat de redelijke termijn is overschreden. Verdachte is op 6 oktober 2022 aangehouden en als verdachte gehoord. Op dat moment is de redelijke termijn gaan lopen. Het uitgangspunt is dat in een strafzaak binnen twee jaar na het begin van de redelijke termijn een eindvonnis is uitgesproken. De uitspraak volgt op 11 september 2025, twee jaar en elf maanden nadat de termijn is gaan lopen. Dat betekent een overschrijding van elf maanden. De rechtbank ziet hierin aanleiding de straf met 10 procent te matigen.
De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf van 144 uren, met aftrek van het voorarrest.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gezamenlijk in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partijen vorderen ieder € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De benadeelde partijen hebben verklaringen afgelegd die niet stroken met de bewijsmiddelen en de verdenking is dat zij op de openlijke geweldpleging en bedreiging hebben gereageerd met geweld. Dat zij immateriële schade hebben opgelopen is onvoldoende onderbouwd. Daarbij kan niet worden vastgesteld of sprake is van eigen schuld.
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen.
Overweging van de rechtbank
Uit het dossier volgt dat tussen partijen een conflict speelde en dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als reactie op het openlijk geweld en de bedreiging richting de medeverdachten heeft geschoten met een vuurwapen. De rechtbank is van oordeel dat in dit verband de nadelige gevolgen voor de benadeelden niet zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon op andere wijze of psychisch letsel kan worden aangenomen. Daarnaast is mogelijk sprake van eigen schuld.
Een verder debat hierover, zou het strafproces onevenredig belasten. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen verklaren. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c, 22d, 47, 57, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstrafvan
144 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 72 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
 verklaart de benadeelde partijen.
[slachtoffer 1]en
[slachtoffer 2] niet-ontvankelijkin de vorderingen tot smartengeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis (voorzitter), mr. R.M. Schoo en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 september 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-202310280908, gesloten op 25 november 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 320 en 321.
3.Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 393.
4.Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 397.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 442 en 443.
6.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 135, 136 en 138.
7.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris [slachtoffer 1] 12 oktober 2022, p. 1.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 76.
9.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 81.
10.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 310.
11.Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 2] [plaats] ), p. 474 en 475; het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 652 en 653.
12.Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek, p. 649 en 650.
13.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 137.
14.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , p. 164, 167.