ECLI:NL:RBGEL:2025:7834

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
255004.22
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijke geweldpleging, bedreiging en wapenbezit na conflict tussen buren

Op 11 september 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die betrokken was bij een gewelddadig conflict met buren. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden voor poging tot doodslag, nadat hij met een vuurwapen had geschoten in de richting van een groep mannen die hem belaagden. Daarnaast werden twee andere verdachten, op wie was geschoten, veroordeeld tot taakstraffen van 180 en 144 uur voor openlijk geweld, bedreiging en het beschikken over een gaspistool. Een derde verdachte kreeg een taakstraf van 54 uur voor het beschikken over een gaspistool. De rechtbank oordeelde dat de verdachte en zijn medeverdachten gezamenlijk geweld hadden gepleegd, wat leidde tot de veroordelingen. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de rol van de verdachte en de impact op de slachtoffers. De uitspraak volgde na een openbare terechtzitting en werd gedaan in tegenspraak met de verdediging, die vrijspraak had bepleit voor bepaalde feiten. De rechtbank achtte de bedreiging met zware mishandeling bewezen, evenals het voorhanden hebben van een vuurwapen. De straf werd gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn van de procedure.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.255004.22 en 05.242637.23 (gev. ttz.)
Datum uitspraak : 11 september 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. A.W. Syrier, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05.255004.22
1
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, openlijk, in de straat [straatnaam] ter hoogte van nummer [huisnummer 1] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer goed(eren), te weten een (beveiligings)camera, door meermalen, althans eenmaal met een of meerdere stalen en/of houten honkbalknuppel(s) tegen/op deze camera te slaan en/of deze camera van diens bevestiging op de muur af te breken en/of te forceren, en/of een personenauto, door een groencontainer tegen dit voertuig aan te gooien/duwen/forceren;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, een of meer goed(eren), te weten een (beveiligings)camera, in elk geval enig goed, en/of een personenauto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door
- gezamenlijk naar de woning van voornoemde persoon/personen te gaan,
- hen een of meer honkbalknuppel(s) te tonen en/of hiermee (met dreigende houding) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen/rennen, en/of
- hierbij een camera te vernielen met deze knuppel(s), en/of
- door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen “hier komen jij, blijven staan” en/of “staan blijven kankerlijer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (inclusief patroonhouder) van het merk Retay, type/model 92 van het kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool, en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten, 12 patronen van het kaliber UMA 9. P.A.knal, voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 05.242637.23
hij op of omstreeks 25 december 2022 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: kankerlijer, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair en feiten 2 en 3 onder parketnummer 05.255004.22 en het feit zoals tenlastegelegd onder parketnummer 05.242637.23.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van feit 1 primair wordt vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat sprake is van het plegen van geweld in vereniging. Verdachte is degene die op eigen initiatief de camera heeft vernield. Er was geen sprake van een gezamenlijk plan. Ook moet verdachte daarom worden vrijgesproken van het geweld tegen de personenauto.
Verder heeft de raadsman bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 2. Er ontbreekt steunbewijs voor de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , en als het gezamenlijke plan om naar de woning gaan kan worden bewezen dan levert dat nog geen medeplegen van bedreiging op.
De beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05.255004.22 [1]
Feiten 1 en 2
De rechtbank merkt allereerst op dat zij zich ervan bewust is dat er achterliggende conflicten tussen [slachtoffer 2] en verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] spelen, waar de rechtbank geen zicht op heeft gekregen. De rechtbank zal daarom in haar beoordeling alle verklaringen met de nodige behoedzaamheid beoordelen.
Aangever [slachtoffer 2] , wonende aan de [straatnaam] [huisnummer 1] in [plaats] , heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2022 rond 00.15 uur in bed lag toen hij buiten geluid hoorde. Twee jongens waren bezig om de camera die zich aan de voorzijde, links naast de voordeur bevond, eraf te slaan. Aangever liep samen met zijn vader naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. Toen aangever naar buiten ging zag hij [medeverdachte 1]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )staan. Hij zag dat [medeverdachte 1] op hem af kwam lopen met een stalen honkbalknuppel in zijn handen ter hoogte van zijn gezicht. Hij zag dat achter [medeverdachte 1] een Roemeen of Joegoslaviër in zijn richting kwam rennen met iets in zijn hand. [2]
Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 6 oktober 2022 rond 00.40 uur buiten zijn woning lawaai hoorde, waarna hij naar buiten ging. Hij zag dat de camera boven de voordeur kapot was geslagen. Hierna kwam zijn zoon [slachtoffer 2] vanuit de woning naar buiten lopen. Hij zag twee mannen honkbalknuppels bij zich hadden. [3] Aangever zag dat één iemand met een knuppel in zijn hand op hem af kwam. [4]
Op de beelden van de camera bij de voordeur is te zien dat op 6 oktober 2022 om 00.37 uur een persoon op de oprit van het [straatnaam] [huisnummer 1] in [plaats] loopt met een voorwerp in zijn hand, lijkend op een knuppel. Te zien is dat er nog een persoon komt aanlopen op dezelfde oprit. Om 00.38 uur komt er een knuppel in beeld. De knuppel wordt een paar keer met kracht richting de camera gebracht, waarna het camerabeeld volledig verandert. [5]
Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 2] zich in de straat waar zijn kinderen wonen vaak provocerend gedroeg, door hard door de straat te rijden. Het eerder aanspreken van [slachtoffer 2] daarover heeft niet geholpen. Daarom is verdachte naar zijn woning gegaan en heeft daar met een knuppel de camera gesloopt. [6]
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op 5 oktober 2022 in de middag samen met [medeverdachte 1]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )bij [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: verdachte)was. [verdachte] vertelde dat ze al een week of twee of drie problemen hadden met een aantal mensen. [medeverdachte 2] zag dat er een zwarte Volkswagen Golf voor de deur stopte bij [verdachte] en dat die toen vol gas weer wegreed. Dat herhaalde zich een aantal keren. [medeverdachte 2] vroeg of er problemen waren. Toen vertelden ze dat er een pedofiel was waarop ze jaagden.
Later ging [medeverdachte 2] naar de [restaurant] . [medeverdachte 1] , [verdachte] en een donkere jongen kwamen erbij. Daarna zijn zij met z’n vieren naar een bekende van hun gegaan, [medeverdachte 3]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ). Rond 22.00 uur zei [medeverdachte 2] dat hij nog langs de camping wilde. Hij stapte bij [medeverdachte 1] in de Volkswagen Golf. De andere drie stapten in de witte kleine auto. Ze reden rechtstreeks naar de camping. Na de camping zijn zij naar het huis gereden waar het gebeurde. [medeverdachte 1] reed de straat in waar die mensen wonen en parkeerde de auto. [verdachte] , [medeverdachte 3] en de donkere jongen stonden vrij snel bij hen. Ze stonden toen met z’n vijven in de straat. Iemand vroeg aan [medeverdachte 2] of hij kon zien of die mensen thuis waren. Hij gebruikte een container om over de schutting te kijken, maar die viel om. Hij zag vervolgens dat [verdachte] op een muurtje klom om de camera eraf te slopen. [medeverdachte 2] is toen weggelopen richting het park, waar [medeverdachte 3] en de donkere jongen stonden. [verdachte] en [medeverdachte 1] stonden nog bij de woning. [7]
Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij rond 12.00 uur bij [verdachte] was toen
[slachtoffer 2] samen met zijn vader langs kwam rijden. Ze stopten even voor de deur, bleven hen een paar tellen intimiderend aankijken en vervolgens reden ze vol gas weg. Medeverdachte [medeverdachte 1] moest nog werken, dus is weg gegaan. Op zijn werk kreeg hij een bericht van [verdachte] dat ze weer waren langsgereden. Hij en [verdachte] wilden duidelijk maken dat zij daar niet meer in de buurt moesten komen. Zij zijn toen erheen gereden. Ze zagen [slachtoffer 2] buiten en zij zijn toen naar hem toe gelopen. [8] Hij heeft verklaard dat hij een knuppel bij zich had. [9]
Openlijke geweldpleging
De rechtbank is van oordeel, op grond van wat hiervoor is overwogen, dat wat zich heeft afgespeeld op de oprit van de woning in [plaats] kan worden aangemerkt als openlijk, omdat dit op en aan de openbare weg heeft plaatsgevonden.
De rechtbank overweegt verder dat voor een bewezenverklaring van het plegen van openlijk geweld niet is vereist dat elk van de deelnemers zich schuldig heeft gemaakt aan alle onderdelen van de tenlastelegging. Van het in vereniging plegen van geweld is sprake indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het toegepaste geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van fysiek gewelddadige aard hoeft te zijn. Er moet dan wel sprake zijn van gedragingen die het geweld hebben bevorderd. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is dus niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt (zie onder meer: HR 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL6209).
De rechtbank stelt vast dat verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] midden in de nacht samen naar het huis van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn gegaan, nadat [slachtoffer 2] zich volgens verdachte al langere tijd provocerend gedroeg. Ook is tussen hen besproken dat [slachtoffer 2] een pedofiel was, waar zij op joegen.
Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] zijn ieder met een knuppel in hun handen op aangevers afgelopen. [medeverdachte 2] heeft eerst geprobeerd te kijken of de bewoners thuis waren. Verdachte heeft vervolgens de beveiligingscamera kapot geslagen.
De rechtbank is van oordeel dat hiermee sprake was van het in vereniging plegen van geweld. Verdachte heeft de geweldshandeling gepleegd en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben de groep versterkt. Daarbij heeft [medeverdachte 2] een bijdrage geleverd door over de schutting proberen te kijken.
De vraag is vervolgens of er sprake was van opzet op het in vereniging plegen van geweld tegen goederen. Daarbij is het volgende van belang. Verdachte heeft de camera opzettelijk vernield.
Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen dat dit van te voren het plan was, hebben medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , door onder de hiervoor genoemde omstandigheden naar de woning te gaan, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat één van hen iets stuk zou slaan met de knuppel bij de woning. Dat zij naar de woning zijn gegaan om alleen met aangever [slachtoffer 2] te praten, zoals door verdachte verklaard, acht de rechtbank niet geloofwaardig.
Kortom, de rechtbank is van oordeel dat sprake was van het in vereniging plegen van openlijk geweld tegen goederen voor zover het de vernielde beveiligingscamera betreft. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte en/of zijn medeverdachten opzettelijk de container tegen de auto hebben ‘geduwd’ of ‘gegooid’. Van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte daarom worden vrijgesproken.
Bedreiging
De rechtbank acht het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van bedreiging ook bewezen.
Verdachte en medeverdachten zijn midden in de nacht samen naar de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gegaan, verdachte heeft vervolgens de beveiligingscamera die aan de woning hing met een knuppel vernield, waarna verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] met een knuppel in hun hand op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn afgelopen. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte(n). Door deze handelingen kon bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de redelijke vrees ontstaan dat verdachten geweld zouden gebruiken, als gevolg waarvan zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan. De rechtbank acht dan ook het medeplegen van de bedreiging met zware mishandeling bewezen.
De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte en/of zijn medeverdachten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] woordelijk hebben bedreigd. Dit blijkt namelijk alleen uit de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Voor dit deel van de verklaringen bevindt zich in het dossier geen steunbewijs. De rechtbank spreekt verdachte van dit onderdeel in de tenlastelegging vrij.
Feit 3
Op 6 oktober 2022 omstreeks 01.31 uur zat verdachte samen met medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in een Volkswagen Up. [10] Onder de bestuurdersstoel werd een vuurwapen aangetroffen. Het vuurwapen betrof een gaspistool van het merk Retay, model 92, van het kaliber 9 mm knal. Het vuurwapen had een bijpassend patroonmagazijn en knalpatronen. Dit gaspistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 in verband met artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie. 12 knalpatronen waren van het kaliber 9 mm knal. De patroonhouder werd veiliggesteld. [11]
Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij na het incident aan het [straatnaam] met beide auto’s naar zijn garagebox zijn gegaan en dat hij daar een zwart alarmpistool aan [medeverdachte 2]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2] )heeft gegeven, omdat [medeverdachte 2] hartstikke bang was en niet wist of die gasten achter hem aan zouden komen. Medeverdachte [medeverdachte 3] verklaarde dat hijzelf het magazijn met patronen vulde voordat hij het wapen aan [medeverdachte 2] gaf. [12]
Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij, nadat ze bij de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] waren geweest, naar een garagebox gingen. [medeverdachte 3]
(de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] )pakte twee gaspistolen uit de garagebox, een zwarte en een grijze. Hij zag dat [medeverdachte 3] patronen in die wapens deed. Daarna stapte medeverdachte [medeverdachte 2] bij [medeverdachte 1]
(de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 1] )in de auto en reden zij naar het huis van [verdachte]
(de rechtbank begrijpt: verdachte). Ze kwamen daar samen met de rest aan. [medeverdachte 1] zei dat ze
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] )nu zijn auto kenden, omdat hij gezien was. Dus na het parkeren stapten medeverdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de kleine witte auto, waar de donkere jongen achter het stuur zat en [verdachte] ernaast. Medeverdachte [medeverdachte 2] ging rechts achterin zitten en [medeverdachte 1] links achterin. [13]
Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 2] het gaspistool wilde hebben. [14]
De rechtbank is van oordeel dat naar de uiterlijke verschijningsvorm de groep van verdachte zichzelf heeft bewapend voor het geval [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hen na de openlijke geweldpleging en bedreiging die nacht zouden komen opzoeken. Verdachte en zijn medeverdachten zijn namelijk gezamenlijk naar de garagebox van [medeverdachte 3] gegaan, waar [medeverdachte 2] het vuurwapen kreeg en meenam. [medeverdachte 2] wilde dit wapen, omdat hij bang was dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] mogelijk achter hen aan zouden komen. [medeverdachte 2] is toen met medeverdachte [medeverdachte 1] naar het huis van verdachte gereden. Daar zijn zij, met het vuurwapen, achterin de witte Volkswagen Up gaan zitten, omdat de auto van [medeverdachte 1] bekend was bij de mensen van het incident eerder die nacht. Zij hebben zich dus als groep bewapend tegen eventuele represailles. De rechtbank is van oordeel dat daarmee sprake is van medeplegen.
De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en 12 knalpatronen dan ook bewezen.
Parketnummer 05.242637.23 [15]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aanhouding, p. 8;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 augustus 2025.
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte een ambtenaar heeft beledigd.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05.255004.22
1. primair
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats] ,
althans in Nederland,openlijk, in de straat [straatnaam] ter hoogte van nummer [huisnummer 1] ,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een
of meergoed
(eren), te weten een
(beveiligings
)camera, door meermalen,
althans eenmaalmet een
of meerdere stalen en/of houten(honkbal
)knuppel
(s)tegen/op deze camera te slaan
en/of deze camera van diens bevestiging op de muur af te breken en/of te forceren, en/of een personenauto, door een groencontainer tegen dit voertuig aan te gooien/duwen/forceren;
2
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,[slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ofmet zware mishandeling, door
- gezamenlijk naar de woning van voornoemde
persoon/personen te gaan,
- hen
een of meer(honkbal
)knuppel
(s
)te tonen en
/ofhiermee
(met dreigende houding)op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] af te lopen
/rennen, en/of- hierbij een camera te vernielen met deze knuppel
(s), en/of- door die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen “hier komen jij, blijven staan” en/of “staan blijven kankerlijer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3
hij op
of omstreeks6 oktober 2022 te [plaats] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool (inclusief patroonhouder) van het merk Retay, type/model 92 van het kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool, en
/of- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten, 12 patronen van het kaliber
UMA9
mm. P.A.knal, voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 05.242637.23
hij op
of omstreeks25 december 2022 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn
/haartegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem
/haarde woorden toe te voegen: kankerlijer
, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05.255004.22
feit 1, primair:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;
feit 2:
medeplegen van bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd;
feit 3:
medeplegen van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Parketnummer 05.242637.23
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, niet zijnde een lid van een algemeen vertegenwoordigend lichaam.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de duur van het voorarrest, te weten 10 dagen, op te leggen. Hiermee rekening houdend met overschrijding van de redelijke termijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, medeplegen van bedreiging, medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en een belediging van een ambtenaar. Tussen verdachte en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] speelde een conflict. Verdachte is samen met zijn medeverdachten naar het huis van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gegaan. Daar hebben zij met (een) (honkbal)knuppel(s) de beveiligingscamera vernield en hen bedreigd. Daarna zijn verdachte en zijn medeverdachten naar een garagebox gereden en hebben zich daar bewapend met een vuurwapen, geladen met munitie. Ook heeft verdachte een politieagent beledigd.
De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij welbewust naar de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is gegaan om daar verhaal te gaan halen. Met het plegen van de openlijke geweldpleging heeft verdachte getoond geen enkel respect te hebben voor andermans eigendom. Ook hebben de verdachten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ernstige vrees aangejaagd door hen midden in de nacht bij hun woning te bedreigen. Tot slot is het illegaal voorhanden hebben van een vuurwapen een ernstig delict waartegen streng wordt opgetreden, mede gelet op het gevaar en de dreiging die van dergelijke wapens uitgaat en het steeds verder toenemende bezit en gebruik daarvan in de maatschappij. Door dit soort feiten worden de gevoelens van onveiligheid in de samenleving versterkt.
De reclassering adviseert in haar rapport van 21 augustus 2025 een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheid ziet in het opleggen van toezicht of interventies.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waaruit volgt dat voor openlijk geweld tegen goederen en een bedreiging per delict een taakstraf van 60 uren, voor het voorhanden hebben van een vuurwapen een gevangenisstraf van 1 maand en voor een belediging een geldboete van 150 euro het uitgangspunt is. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat verdachte een grote rol in het geweld heeft gehad door de beveiligingscamera te vernielen. Ook weegt de rechtbank mee dat bij de bedreiging sprake was van medeplegen en de belediging was gericht tegen een ambtenaar.
Gelet op het tijdsverloop is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf niet meer aan de orde is. Alles overwegend acht de rechtbank een taakstraf van 200 uren passend en geboden.
De rechtbank constateert vervolgens dat de redelijke termijn is overschreden. Verdachte is op
6 oktober 2022 aangehouden en als verdachte gehoord. Op dat moment is de termijn gaan lopen. Het uitgangspunt is dat in een strafzaak binnen twee jaar daarna een eindvonnis is uitgesproken. De uitspraak volgt op 11 september 2025, twee jaar en elf maanden nadat de termijn is gaan lopen. Dat betekent een overschrijding van elf maanden. De rechtbank ziet hierin aanleiding de straf met 10 procent te matigen.
De rechtbank legt daarom aan verdachte op een taakstraf van 180 uren, met aftrek van het voorarrest.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben gezamenlijk in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partijen vorderen ieder
€ 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen moet worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen moeten worden verklaard. De benadeelde partijen hebben verklaringen afgelegd die niet stroken met de bewijsmiddelen en de verdenking is dat zij op de openlijke geweldpleging en bedreiging hebben gereageerd met geweld. Dat zij immateriële schade hebben opgelopen is onvoldoende onderbouwd. Daarbij kan niet worden vastgesteld of sprake is van eigen schuld.
De verdediging heeft verzocht het standpunt van de officier van justitie te volgen.
Overweging van de rechtbank
Uit het dossier volgt dat tussen partijen een conflict speelde en dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als reactie op het openlijk geweld en de bedreiging richting verdachte en de medeverdachte heeft geschoten met een vuurwapen. De rechtbank is van oordeel dat in dit verband de nadelige gevolgen voor de benadeelden niet zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon op andere wijze of psychisch letsel kan worden aangenomen. Daarnaast is mogelijk sprake van eigen schuld.
Een verder debat hierover, zou het strafproces onevenredig belasten. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen verklaren. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c, 22d, 47, 57, 63, 141, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10.De beslissing

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op een
taakstrafvan
180 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
 verklaart de benadeelde partijen
[slachtoffer 2]en
[slachtoffer 1] niet-ontvankelijkin de vorderingen tot smartengeld.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.P.T. Blokhuis (voorzitter), mr. R.M. Schoo en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 september 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-202310280908, gesloten op 25 november 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 320 en 321.
3.Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 393.
4.Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 397.
5.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 442 en 443.
6.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 augustus 2025.
7.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 135, 136 en 138.
8.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 76.
9.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 81.
10.Het proces-verbaal van bevindingen, p. 310.
11.Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [adres 2] [plaats] ), p. 474 en 475; het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 652 en 653.
12.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] , p. 164, 167.
13.Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 137.
14.De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 27 augustus 2025.
15.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022596480, gesloten op 25 december 2022 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.