ECLI:NL:RBGEL:2025:7845

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 september 2025
Publicatiedatum
19 september 2025
Zaaknummer
11606000
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter wijst verzoek tot transitievergoeding af wegens doorbreking keten en overgangsrecht

De kantonrechter Gelderland behandelde een arbeidsrechtelijke zaak waarin verzoeker aanspraak maakte op transitievergoeding. Eerder was in een tussenbeschikking vastgesteld dat door een onderbreking van vier maanden in het dienstverband tussen 2013 en 2015 de ketenregeling werd doorbroken, waardoor een deel van de dienstverbandperiode niet meetelt voor de transitievergoeding.

Verzoeker betwistte dit voorlopige oordeel en stelde dat de oude ketenregeling van drie maanden niet gelijk is aan de zes maanden die gelden voor de transitievergoeding. De kantonrechter verduidelijkte dat de doorbreking van de keten en het overgangsrecht ertoe leiden dat alleen de periode vanaf 1 juli 2015 tot 7 december 2015 relevant is voor de vergoeding.

Verzoeker zag af van bewijslevering om zijn aanspraak over deze periode te onderbouwen, waardoor niet kon worden vastgesteld dat Succes de werkgever was in die periode. De kantonrechter wees het verzoek daarom af en veroordeelde verzoeker in de proceskosten, waarbij Succes een geringe vergoeding voor zittingskosten kreeg toegekend.

Uitkomst: Verzoek tot transitievergoeding afgewezen wegens doorbreking keten en afzien van bewijslevering.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 11606000 \ HA VERZ 25-19
Beschikking van 5 september 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. W.P. Ganzeboom,
procederend krachtens toevoeging met kenmerk 2GW6158,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SCHOONMAAKORGANISATIE SUCCES B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
verwerende partij,
hierna te noemen: Succes,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de tussenbeschikking van 12 juni 2025;
- de akte uitlaten van [verzoeker];
- de antwoordakte van Succes.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Op 12 juni 2025 heeft de kantonrechter een tussenbeschikking gewezen. [verzoeker] is in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren en te reageren op het voorlopige oordeel van de kantonrechter over de, mogelijk beperkte, hoogte van zijn aanspraak op Succes.
2.2.
In de daarna door [verzoeker] genomen akte wordt het voorlopige oordeel van de kantonrechter weergegeven als dat “de transitievergoeding nog voor beperkte periode kan worden toegekend (…) omdat er een knik van meer dan 3 maanden zit tussen het contract dat eindigt op 1 augustus 2013 4 maanden later wordt gevolgd door een contract dat ingaat per 1 december 2013. Daarmee zou de keten doorbroken zijn”. [verzoeker] stelt vervolgens dat de periode van drie maanden die onder het oude recht gold in verband met de ketenregeling een andere is dan die van zes maanden die van belang is voor het bepalen van de transitievergoeding.
2.3.
[verzoeker] geeft hier het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet juist weer. Overwogen is dat de ‘knik’ van vier maanden in 2013 gelet op het overgangsrecht niet betekent dat de transitievergoeding wordt beperkt [1] . Echter is wel van belang dat [verzoeker] na
1 juni 2015, namelijk per 7 december 2015, een vast dienstverband heeft gekregen bij Succes. Dat heeft als gevolg, zoals overwogen, dat de periode van 1 juli 2012 tot 1 juli 2015 niet meetelt voor het berekenen van de transitievergoeding, omdat daarin de meergenoemde ‘knik’ van vier maanden zit [2] . Dit is destijds een bewuste keuze geweest van de wetgever [3] .
2.4.
[verzoeker] reageert hier niet op en weerlegt dit voorlopige oordeel dan ook niet.
De kantonrechter blijft daarom bij dit oordeel. Dit maakt dat [verzoeker] ten hoogste over de periode 1 juli 2015 tot 7 december 2015 een aanspraak heeft op Succes, omdat Succes immers de transitievergoeding heeft betaald die is berekend over de periode vanaf
7 december 2015. In de tussenbeschikking is uitgegaan van 1 december 2015, maar de kantonrechter begrijpt uit de akte van [verzoeker] dat partijen 7 december 2015 hebben gehanteerd.
2.5.
In zijn akte heeft [verzoeker] gesteld dat hij bewijslevering ‘niet opportuun’ acht als tot vorenstaand oordeel wordt gekomen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [verzoeker] afziet van bewijslevering. Dit betekent dat zijn verzoek wordt afgewezen, omdat niet komt vast te staan dat Succes in de periode 1 juli 2015 tot 7 december 2015 de werkgever van [verzoeker] was, althans [bedrijf 1] als opvolgend werkgever van Succes gold [4] .
2.6.
[verzoeker] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Omdat Succes niet door een professionele gemachtigde is bijgestaan, wordt aan haar € 50 aan verletkosten voor het verschijnen ter zitting toegekend.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst het verzoek af,
3.2.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van Succes begroot op € 50.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
5 september 2025.
48073 560

Voetnoten

1.Zie rechtsoverweging 4.8 van de tussenbeschikking van 12 juni 2025
2.Zie rechtsoverweging 4.9 van de tussenbeschikking van 12 juni 2025
3.Kamerstukken II 2013/14, 33 818, 8, p. 3
4.Zie rechtsoverwegingen 4.5 en 4.6 van de tussenbeschikking van 12 juni 2025