Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.[gedaagde 1 voegende zaak] ,
2.
[gedaagde 2 voegende zaak],
Rechtbank Gelderland
Op 11 september 2022 vond een verkeersongeval plaats tussen een personenauto met caravan, bestuurd door eiser, en een vrachtwagen bestuurd door gedaagde 2. Eiser en de inzittende, eiser voegende zaak, stelden de vrachtwagenbestuurder en diens WA-verzekeraar aansprakelijk voor de schade en het letsel.
De rechtbank onderzocht de toedracht aan de hand van videobeelden en concludeerde dat eiser een bijzondere manoeuvre uitvoerde door vanuit een tankstation linksaf de voorrangsweg op te draaien zonder het overige verkeer voor te laten gaan, in strijd met artikel 54 RVV Pro. De vrachtwagenbestuurder week uit naar de linker weghelft om een aanrijding te voorkomen, wat door de rechtbank als niet onrechtmatig werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de verwijten aan de vrachtwagenbestuurder niet opgingen en dat de vorderingen van eiser en eiser voegende zaak daarom werden afgewezen. Beide eisers werden veroordeeld in de proceskosten, inclusief nakosten en wettelijke rente.
De uitspraak bevestigt dat bestuurders die een bijzondere manoeuvre maken, het overige verkeer voor moeten laten gaan en dat het niet tijdig waarnemen van naderend verkeer niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid van de andere partij.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser en inzittende af en veroordeelt hen in de proceskosten.