In deze bestuursrechtelijke zaak staat de invordering van een dwangsom centraal die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe heeft opgelegd aan eiser wegens het niet voldoen aan een last onder dwangsom. Eiser had volgens het college niet tijdig diverse goederen, waaronder een glijbaan, big bags met haardhout en een ladder, verwijderd van een perceel.
De rechtbank beoordeelde of het college terecht de dwangsom had ingevorderd. Uit het controlerapport van 12 maart 2024, inclusief situatietekening en foto's, bleek dat genoemde goederen nog aanwezig waren op het perceel. Eiser voerde aan dat de foto's onvoldoende bewijs boden vanwege het ontbreken van plaatsaanduidingen en dat goederen na 2010 wel waren verwijderd, maar dit werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het college voldoende had aangetoond dat de last onder dwangsom was overtreden en dat het college niet verplicht was om per foto een plaatsaanduiding te geven. Ook is een nieuwe controle vooraf niet vereist, aangezien toezichthouders in de regel onaangekondigd mogen controleren. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor de dwangsom van €5.000 terecht is ingevorderd.