ECLI:NL:RBGEL:2025:8223
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor woningbouw op perceel met betwiste woonbestemming
Deze uitspraak betreft een voorlopige voorziening tegen twee omgevingsvergunningen voor de bouw van woningen op een perceel waarvan de woonbestemming in het bestemmingsplan onduidelijk is. Verzoeker betwist de rechtmatigheid van de vergunningen en stelt dat de woonbestemming mogelijk onterecht is toegekend, maar is geen partij in de procedure tegen het bestemmingsplan zelf.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt vanwege zicht op de te bouwen woning en de impact op zijn uitzicht, ondanks de afstand en aanwezige leibomen. Er is sprake van een spoedeisend belang omdat bouwwerkzaamheden reeds zijn gestart en vergunninghouder I geen onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan om geen gebruik te maken van zijn vergunning.
De voorzieningenrechter geeft geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel, omdat de juridische complexiteit en het ontbreken van definitieve besluiten dit niet toelaten in een voorlopige voorzieningenprocedure. In plaats daarvan wordt een belangenafweging gemaakt, waarbij het relatief beperkte belang van verzoeker bij het behoud van vrij uitzicht wordt afgezet tegen het grote belang van vergunninghouders om de bouw voort te zetten.
De belangenafweging leidt tot afwijzing van de verzoeken om voorlopige voorzieningen. Vergunninghouders mogen doorgaan met bouwen, maar doen dit op eigen risico, aangezien de vergunningen in de bodemprocedure alsnog kunnen worden vernietigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de omgevingsvergunningen voor woningbouw worden afgewezen, waardoor vergunninghouders mogen doorgaan met bouwen.