Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.Procesafspraken
4.De beoordeling van de vordering
€ 30.000,00.
€ 30.000,00 heeft voldaan.
Rechtbank Gelderland
In deze zaak heeft de rechtbank Gelderland op 29 september 2025 uitspraak gedaan in een ontnemingsprocedure tegen een veroordeelde, geboren in 1983 in Polen. De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel zou vaststellen, dat aanvankelijk was geschat op € 1.280.889,00, maar tijdens de zitting op 15 september 2025 werd gewijzigd naar € 30.000,00, conform gemaakte procesafspraken. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A. Aïssal, heeft verklaard dat hij bekend was met de inhoud van de procesafspraken en dat hij vrijwillig heeft meegewerkt aan het afdoeningsvoorstel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde het bedrag van € 30.000,00 inmiddels heeft betaald. De rechtbank heeft de vordering beoordeeld aan de hand van de procesafspraken en het bewijs dat is geleverd door het Openbaar Ministerie. De rechtbank heeft geoordeeld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en heeft de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van het vastgestelde bedrag. De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.