Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.Procesafspraken
4.De beoordeling van de vordering
€ 130.000,00.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 29 september 2025 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor handel in hennep en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een ontnemingsbedrag van €1.280.889, maar na procesafspraken is dit bedrag vastgesteld op €130.000.
Tijdens de openbare terechtzitting van 15 september 2025 zijn deze procesafspraken besproken en door de veroordeelde bevestigd. Hij erkende de inhoud en gevolgen van de afspraken, deed afstand van verdedigingsrechten met betrekking tot de ontnemingsvordering en stemde in met een betalingsverplichting van €130.000 minus reeds betaalde bedragen.
De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €130.000, rekening houdend met factoren zoals kosten, aantal locaties en oogsten. Veroordeelde heeft reeds €66.348 voldaan, waardoor het resterende bedrag binnen een jaar na onherroepelijkheid van het vonnis moet worden betaald. Tevens is de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 1080 dagen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarbij de rechtbank het belang van artikel 6 EVRM Pro in acht nam. De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de gemaakte afspraken en legt de betalingsverplichting conform deze afspraken op.
Uitkomst: De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €130.000 en legt een betalingsverplichting op aan veroordeelde.