ECLI:NL:RBGEL:2025:8425
Rechtbank Gelderland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor vervoeren lachgas
Verdachte werd verdacht van het vervoeren van circa 20 kilogram lachgas. Tijdens de zitting verklaarde verdachte niet te weten wat er in de dozen zat die hij vervoerde, en gaf aan alleen ballonnen te hebben gezien in een huisje waar hij was geweest. Er was geen test of indicatieve test uitgevoerd op de inhoud van de inbeslaggenomen cilinders. Noch verdachte noch zijn vrienden verklaarden over de werking van de inhoud van de cilinders.
De officier van justitie achtte de verklaring van verdachte ongeloofwaardig en vorderde een geldboete, verwijzend naar de schadelijke effecten van lachgas en de hoeveelheid. De raadsman voerde aan dat het ontbreken van testresultaten en het ontbreken van verklaringen over de inhoud onvoldoende bewijs vormden, en verwees naar een vergelijkbare uitspraak van de rechtbank Limburg waarin vrijspraak werd gegeven.
De politierechter oordeelde dat zonder testresultaten en zonder verklaringen over de inhoud van de cilinders niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat het daadwerkelijk lachgas betrof. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. De eerder opgelegde strafbeschikking werd vernietigd. De officier van justitie kreeg de mogelijkheid om binnen 14 dagen hoger beroep in te stellen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de cilinders lachgas bevatten.