ECLI:NL:RBGEL:2025:8566
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onthouden van goedkeuring aan toestemming voor zegenvissen in havens Zwartewaterland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het besluit van de Kamer voor de Binnenvisserij om goedkeuring te onthouden aan een door het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland verleende schriftelijke toestemming aan een visserijbedrijf om met de zegen te vissen in de havens van de gemeente.
De Kamer had aanvankelijk goedkeuring verleend, maar na bezwaar van een derde-partij deze herroepen en alsnog goedkeuring onthouden vanwege het belemmeren van een doelmatige bevissing. Eisers stelden dat de Kamer een onjuiste toetsingsmaatstaf hanteerde en dat de toestemming geen onaanvaardbare aantasting van de visstand zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelt dat eisers ontvankelijk zijn en dat de Kamer de juiste toetsingsmaatstaf toepast, namelijk het verbod op het belemmeren van een doelmatige bevissing. De Kamer mocht redelijke twijfel hebben of de voorgenomen visserij passend kon worden ingepast bij de bestaande visserij door de derde-partij, die visrechten heeft op aangrenzende wateren.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat het lotingssysteem van het college niet wordt ondermijnd door het besluit van de Kamer. Eisers krijgen geen gelijk en worden niet in hun proceskosten tegemoetgekomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om goedkeuring aan de toestemming voor zegenvissen te onthouden is ongegrond verklaard.