Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
“(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
woensdag 12 november 2025voor akte uitlating aan de zijde van [eiser] zoals hiervoor onder r.o. 4.5. en 4.8. is overwogen,
Rechtbank Gelderland
Deze civiele zaak betreft een geschil over de oplevering van een huurwoning tussen eiser en gedaagde. De huurovereenkomst eindigde op 28 februari 2018 waarna het gehuurde werd opgeleverd. Diverse gebreken en achtergelaten zaken werden vastgesteld bij de eindinspectie in juli 2024. Eiser vordert vergoeding van herstel- en compensatiekosten.
De kantonrechter stelt vast dat de oplevering in beginsel correct wordt verondersteld op grond van artikel 7:224 lid 2 BW Pro, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Eiser heeft gesteld dat het gehuurde niet schoon was, behang was beschadigd, muren niet wit waren opgeleverd en diverse zaken waren achtergelaten. Gedaagde erkent enkele beschadigingen en het achterlaten van bepaalde zaken.
De rechter oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten in zijn opleveringsverplichting voor onder meer beschadigde stopcontactomlijstingen, radiatorknoppen, keukendeurtjes, behangschade, niet wit opgeleverde muren en achtergelaten kapotte kast, dode plant en modem. Voor sommige schadeposten zoals keukenonderdelen en stopcontactomlijstingen wordt eiser in de gelegenheid gesteld nadere specificatie te geven. Voor de door de opvolgend huurder herstelde gebreken wordt een compensatie van € 250 toegewezen. Andere vorderingen worden aangehouden voor nadere onderbouwing.
Uitkomst: De kantonrechter wijst deels schadevergoeding toe en houdt andere beslissingen aan voor nadere specificatie.